Lang op gewacht, lang van gedroomd, een bezoek aan het blauwe bergdorpje in het noorden van Marokko stond hoog op mijn must-see lijstje. De rit van Rabat naar Chefchaouen voelt dan ook heel bijzonder, als een kadootje, als een reis met een gouden (of in dit geval een blauw) randje.
DE STAD UIT
Grijze luchten vergezellen ons op deze frisse dag de hoofdstad uit. De thermometer haalt amper 11 graden als we de Bou Regreg rivier oversteken en langs de Mohammed VI toren (die ik voor mezelf nog altijd heel oneerbiedig aanduid als ‘die komkommertoren’) richting de A5 snelweg rijden. Ochtendstoepen worden aangeveegd met grote palmbladeren en sinds de aanslag van 2011 (in Marrakech op het beroemde plein Jemaa el-Fnaa) staat op elk rond punt politie.
Koninklijk paleis nummer zoveel (deze keer blijkbaar het Palais Royal Salé) schuift aan het busraampje voorbij, de koninklijke garde stoïcijns op wacht in kleine groene hokjes langs de roestbruine ellenlange paleismuur. Over brede, alweer perfecte banen gaat het naar de eerste koffiestop waar 3 bedelende kinderen onder de vurig rode bloemen van de callistemon (rode lampenpoetser) onze aandacht proberen te trekken.
HET PLATTELAND OP
Groene vlaktes, vruchtbare landbouwgronden, olijfbomen en citroenboompjes, suikerbietenvelden en kleine dorpen wisselen elkaar af. Onderweg duiken onafgewerkte lemen huizen, ooievaarsnesten op elektriciteitspalen en felgeel gekleurde bloemenweiden op in het landschap. We passeren schapen met herder en ezels met kar, kijken verbaasd naar graskanten vol plastiekafval en Barbieroze muren rond een immense boerderij en halen een veewagen in met 3 verdiepingen vol geiten, als in een flatgebouw gestapeld boven elkaar.
Langzaam worden de heuvels hoger en de eerste bergen verschijnen in de mistige verte. Tijd voor een late lunchpauze met een vegetarische tajine en een lekker zurig citroendrankje. Effe wat energie (en calorieën) bijtanken want we hebben nog flink wat kilometers voor de boeg al zijn het natuurlijk de bus en de chauffeur die het harde werk doen.
De witte lappendeken van de zoutwinning ‘Les Salinas du Gharb Souk El Arbaa’ zorgt voor het zout in de couscous en de keurig aangelegde diepgroene akkers op de heuvels zorgen voor de bijgerechten. Die groene omgeving dankt Marokko aan de overvloedige regens in januari en februari met baanverzakkingen en weggespoelde bermen tot gevolg. Het ‘route devieé’-bord is gesneuveld, het riviertje ziet modderbruin maar de pottenbakker houdt stug vol en zijn bleekroze stoeltjes wachten op koopgrage toeristen.
HET RIFGEBERGTE DOOR
Via haarspeldbochten slingert de weg zich richting het Rifgebergte en tegen de tijd dat Chefchaouen in zicht komt, hebben we het gevoel dat we in een heel ander Marokko terecht zijn gekomen, een meer afgelegen Marokko, het Marokko van het Rifgebergte.
De laatste koppige kronkels op onze route (we zitten ergens rond de 564 m hoog), de eerste huizen als witte puzzelstukjes oplichtend in een mozaïek van groene velden en weiden, een stop op de parking van Hotel Chaouen, een kakelend welkom door oude Jebala-dametjes in traditionele klederdracht en … het eerst zicht op Chefchaouen. Daar ligt ze, de blauwe stad, als een knus dekentje tegen de hellingen aan gevleid, vredig omarmd door de ruige toppen van de Jbel el-Kelaa en de Jbel Tisouka.
In de verte lijken de huizen zachtjes op te lichten, gevat in een zeldzame zonnestraal die precies op het goeie moment door de woelige wolken valt. Even blijf ik staan zonder iets te zeggen. Dit is zo’n moment waarop reizen meer wordt dan onderweg zijn. Het is ontroering en verwondering en dankbaarheid om daar te staan want voor mij ligt geen gewone stad, maar een droom in blauw, wachtend om stap voor stap ontdekt te worden.
OP ONZE BESTEMMING
Toch voelt Chefchaouen in eerste instantie minder blauw dan ik had verwacht, zeker wanneer je de stad zo vanop afstand ziet liggen tussen de bergen. Een kleine teleurstelling en je vraagt je af waar al die Instagrammers die schitterende knalblauwe foto’s vandaan halen! Maar oh wacht, dat komt nog, over een paar uur, want zodra de avond valt en je door de smalle straatjes van de medina wandelt, verandert alles. Blauwe gevels, zachte verlichting, muziek op de pleinen, vrouwen en meisjes met bloemenkransen in het haar om de lente te vieren en de geur van tajines. En plots wordt deze bergstad een plek die even sprookjesachtig als verrassend aanvoelt.
Na een lange reisdag van bijna 250 km rollen we eindelijk met onze koffers binnen bij Hotel Tarek. Een relaxte check-in, een glimlach erbij, sleutel in de hand, kamer met vrolijke kleuraccenten goedgekeurd en wij officieel klaar om Chefchaouen te veroveren. Zodra de avondlucht wat zachter wordt, wandelen we vanaf het hotel richting de medina. De lange steil naar beneden lopende Avenue Sidi Abdelhamid brengt ons recht naar de Bab Souk, een van de toegangspoorten tot de oude stad. We slenterden langs trappen en poortjes en nieuwsgierige katten tot we uiteindelijk uitkomen op Plaza Uta el-Hammam. Daar sluiten we onze eerste avond af zoals elke goede reisdag hoort te eindigen: met een verrukkelijk avondmaal (geitentajine, moet je echt eens proberen!), het uitzicht op een levendig plein en het tevreden gevoel dat Chefchaouen ons nu al helemaal ingepakt heeft.
De mooiste bezienswaardigheden van Chefchaouen op een rij
♥ De blauwe medina
Op dag 2 van ons bezoek aan ‘alle tinten blauw’-Chefchaouen gaan we op stap met een lokale gids die ons handig (en zonder te verdwalen) door de wirwar van smalle straatjes en zijgangetjes van de medina leidt. Die medina is zonder twijfel het hart van Chefchaouen. Hier wandel je in een ware blauwe hemel van muren, deuren, trappen en bloempotten, van lichtblauw tot helblauw, van ‘gebleekt door de zon’-blauw tot 'pas geverfd'-blauw.
Overdag kan het er druk zijn maar als je vroeg in de voormiddag komt, zoals wij, ontdek je genoeg rustige hoekjes waar de stad haar magische karakter toont. Het is vooral een plek om traag doorheen te dwalen, foto’s te nemen en telkens opnieuw verrast te worden door een steegje of een onverwacht uitzicht.
Zoals elke zichzelf respecterende historische medina in Marokko heeft ook die van Chefchaouen zijn toegangspoorten. Een middeleeuwse bescherming tegen de vijand, een moderne grens tussen oud en nieuw. Waar de Avenue Sidi Abdelhamid eindigt op het driehoekig pleintje ‘van de voetbal’ loop je zo tegen de voornaamste stadspoort: de Bab (= poort of deur) Souk of de marktpoort, zo genoemd omdat buiten de poort al eeuwen de maandagmarkt gehouden wordt. De toegangspoort zelf is er niet meer. Die was in de late jaren 1980 zo versleten dat ze verwijderd werd. Wat rest is een terracottakleurig robuust boogvormig poortgebouw dat je meteen meeneemt in een wondere wereld:
miniwinkeltjes volgepropt met souvenirs en juwelen en kruiden en zeep, ambachtelijke kleinschalige ateliers die keramiek en wollen stoffen en tapijten verkopen, openbare broodovens zoals de El K’hil oven en de Rif Al-Andalus oven die sinds de 16e en 17e eeuw het zelfgeknede deeg van de lokale bewoners afbakken tot rond geurend khobz of aghroum, muurfonteinen uit een ver verleden toen een waterleiding nog onbestaand was maar ook de poetsende en trapvegende locals die absoluut niet op de foto willen.
Te veel te zien, te veel te beleven. En al is de oude stad niet heel groot en is er eigenlijk maar 1 hoofdstraat (de Avenida Hassan I) die van begin tot einde doorloopt (van de Bab Souk tot de Bab el Ansar), om 100 % te genieten van Chefchaouens medina is verdwalen en verloren lopen in de steegjes de boodschap.
Echte Instagramstraatjes zijn de Derb El Assri (ook Callejon el Asri genoemd) met zijn gekleurde bloempotten langs de muren en de Sidi Bouchouka met zijn mozaïektegeltjes en de grote muurschildering op het einde van de steeg. De appelsiensapverkoper (inclusief poezen) is ook zo’n hotspot net als de compleet blauwe, doodlopende steeg en de schattige openbare fontein … voor een foto zonder toeristen moet je wat geduld oefenen.
Tip 1: Vraag altijd eerst toestemming als je een foto wil maken van een local! Niet iedereen wordt blij van die klikkende en flitsende fototoestellen. Er wordt in de Marokkaanse cultuur heel veel belang gehecht aan de islamitische regels wat betreft het afbeelden van levende wezens met een ziel en er is een groot respect voor de privacy.
Vergeet je deze wijze raad toch in al je enthousiasme, dan riskeer je een kwaaie opa met heldhaftig geheven wandelstok achter je aan! En nee, die foto ga ik niet delen!
Tip 2: Bedenk dat de medina het 15e-eeuwse centrum van Chefchaouen is en dat het stadje tegen een heuvel gebouwd is. Hier geen keurig vlakke straatjes maar steile steegjes en ongelijke kasseitjes en heel veel trappen. Teenslippers zijn echt geen goed idee. Stop dus ook een paar degelijke stapschoenen in je koffer.
♥ Ras el-Maa
Aan de rand van de medina, net buiten de Bab el Ansar, houden we een kleine pauze bij Ras el-Maa (of vertaald ‘hoofd van het water’), een natuurlijke bron waar het kristalheldere water vanuit de bergen de stad binnenstroomt. Meteen ook de reden dat Moulay Ali ibn Rachid deze plek koos om Chefchaouen te stichten.
In vroegere tijden werd het water van Ras el-Maa ook gebruikt om watermolens aan te drijven en stroom op te wekken. Zowat alle molens zijn of verdwenen of omgebouwd tot cafés en eethuisjes. Maar de bron voorziet de hele stad nog steeds van water. De tuinen, de fonteinen, de hammams en elk huisgezin danken hun kostbare water aan Ras el-Maa.
De kleine watervallen zijn een populaire en drukke plek waar mensen samenkomen, kinderen spelen, de was wordt gedaan, het appelsiensap rijkelijk vloeit en vijgenbomen weelderig groeien. Dit deel van Chefchaouen voelt net iets ruwer en natuurlijker aan dan het centrum en vormt een goed vertrekpunt voor de wandeling richting de volgende bezienswaardigheid, hoog boven de stad.
♥ De Spaanse Moskee
Voor één van de mooiste uitzichten op Chefchaouen wandelen we omhoog naar de Spaanse Moskee. De klim vraagt wat inspanning, zeker in de zon want eens voorbij de trappen kom je op een kiezelpad dat flink stijgt. De beloning is niet niks en onderweg krijg je steeds meer zicht op de blauwe stad die tegen de heuvels ligt.
Een oude stadsomwalling, de bergen in de verte, geiten en schapen in het struikgewas met bijpassende herder en hond, zitbankjes tussen de rotsen, een grijze agave, een blauwe deur en helgele goudsbloemen, een kunstig tuinmonumentje en een vintage tuinpoort, een blauwe tuinmuur en een eerste blik op de witte toren van de Spaanse moskee … de fotogenieke uitkijkjes liggen hier voor het rapen.
Een laatste rij steile trappen op en daar staat de nooit helemaal afgewerkte Bouzafar Moskee die er zelfs na restauratie een beetje sjofel uitziet met afbladderende verf en versierd met plukjes onkruid. Gebouwd door de Spanjaarden in de jaren 1920 en nooit echt gebruikt als moskee, heeft het gebouwtje na een eeuw toch een belangrijke functie gekregen: als niet te missen uitzichtpunt over Chefchaouen.
Weetje: De moskee is niet open voor publiek. Achteraan is wel een gezellig terrasje met een koffiestalletje en lekkere cappuccino.
♥ Plaza Uta el-Hammam
Hét centrale ontmoetingspunt van de stad is zonder discussie de Plaza Uta el-Hammam, autovrij en geplaveid in een dambord van kiezels en kasseien. Rond een eeuwenoude boom en een karakteristieke vierkante fontein in blauw-wit met blinkend groen pannendakje, liggen winkeltjes, cafés en restaurants met terrassen waar je iets (alcoholvrij) kunt drinken of eten terwijl je het dagelijkse leven aan je voorbij ziet trekken. ’s Avonds wordt het plein extra sfeervol, met lichtjes, muziek en het komen en gaan van locals en toeristen. Vanaf hier heb je ook een goed zicht op de kasba en de indrukwekkende Grande Mosquée, waardoor het een ideale plek is om een bezoek aan Chefchaouen te beginnen of af te sluiten.
Weetje: Op de hoek van de Plaza Uta el-Hammam en Rue Al Andalus staat nog de oude fondouk of caravanserail Chfichu. Ooit een pleisterplaats voor reizigers en handelaars met hun koopwaar en dieren, biedt de fondouk nog steeds ruimte aan toeristen en ambachtslieden.
♥ De kasba
Aan de rand van het Uta el-Hammamplein staat de oude kasba van Chefchaouen, een ommuurde historische vesting die als een stoere getuige van het verleden tussen al dat dromerige blauw staat. Gebouwd in de 15e eeuw door Moulay Ali ibn Rachid is de kasba een herinnering aan het verdedigingsverleden van de stad. Later groeide het okergele lemen fort uit tot residentie van gouverneurs, militair bolwerk én zelfs gevangenis.
Vandaag is het een schaduwrijk rustpunt in de drukte van de medina want achter de dikke muren wacht een groene binnentuin met bloemen, appelsienbomen, een (niet-werkende) fontein, een klein etnografisch museum met oude wapens, aardewerk, klederdracht, borduurwerk en muziekinstrumenten uit de regio, en natuurlijk de Portugese toren vanwaar je een mooi uitzicht hebt over de blauwe straatjes, de medina en de bergen errond.
Het is geen plek waar je uren voor moet uittrekken, maar wel zo’n stop waar geschiedenis, stilte en uitzicht op een fijne manier samenkomen..
Weetje: Toegangsprijs voor de kasbah is 60 dirham.
♥ Plaza el-Haouta
Plaza el-Haouta is zo’n pleintje dat je uitnodigt om even te stoppen: klein, ommuurd (haouta betekent ingesloten) en heerlijk pittoresk, met rondom blauw-witte gevels, boogjes en sierlijk smeedwerk. In het midden staat de blikvanger van het plein, een vierkante fontein in blauw-wit artistiek schilderwerk, waar het klaterende water je een instant zengevoel geeft en locals even halt houden voor een slokje verfrissend water of een praatje. Geen groot spektakel hier, wel precies dat gemoedelijke waar je op reis soms naar zoekt.
Waarom Chefchaouen een plaats verdient op je Marokko-roadtrip
Chefchaouen is zonder twijfel toeristisch en op sommige plekken moet je de blauwe straatjes delen met heel wat andere bezoekers en camera’s. Toch doet dat weinig af aan de charme van de stad. Wie even voorbij de bekende fotoplekjes kijkt, ontdekt rustige steegjes, vriendelijke ontmoetingen, prachtige uitzichten en een sfeer die vooral tegen de avond echt bijzonder wordt. Het is net die combinatie van kleuren, geuren, berglucht, muziek en kleine verrassingen die van Chefchaouen meer maakt dan een Instagramdecor: het is een plek die je gezien én gevoeld moet hebben.
Weetjes:
* Chefchaouen (afgekort tot Chaouen door de lokale bevolking) dankt zijn naam aan het Berberwoord Achaouen wat horens betekent. De twee bergtoppen die boven het stadje uitsteken lijken namelijk op de horens van een geit. Chef of chouf is het Arabische woord voor ‘kijk naar’ dus Chefchaouen betekent simpelweg: kijk naar de horens.
* Chefchaouen wordt ook wel eens de ‘heilige stad’ genoemd. Is dat omdat ze (in 1471) gesticht werd door een afstammeling van de profeet Mohammed? Of omdat ze niet minder dan 8 moskeeën telt.? Of misschien omdat de toegang tot de stad tot 1920 verboden was voor christenen en niet-moslims. Wie zal het zeggen? Het lijkt mij een intrigerende Chefchaouen-quizvraag!
* Nog zo’n interessant Chefchaouen-onderwerp is de vraag waarom het stadje blauw kleurt. Uiteraard hebben heel wat verhalen en legenden hun eigen waarheid en die waarheid ligt altijd ergens in het midden, tussen Joodse tradities, praktische redenen tegen insecten, verkoelend effect en toerisme.
De blauwe kleur verscheen eerst voorzichtig rond 1492 (meegebracht door de Joodse vluchtelingen uit Andalusië) en werd vanaf 1930 uitbundig toegepast op de meeste gevels en trappen. Iedereen in Chefchaouen gebruikt dezelfde kleur blauw. Wil je graag een vleugje Chefchaouen bij je thuis? Ga dan naar de markt in het stadje waar verschillende kraampjes precies de goeie kleur blauw pigment verkopen!
* Compleet blauw geverfde steegjes zijn doodlopend.
* Dat er in de 15e eeuw veel Spaanse vluchtelingen hun toevlucht zochten in Chefchaouen en de ganse Rif regio een Spaanse bezetting kende (van 1920 tot 1956) merk je nog aan de veel voorkomende Spaanstalige straat- en pleinnamen en het feit dat de oudere bevolking beter Spaans dn Frans spreekt.
* De medina van Chefchaouen is UNESCO Werelderfgoed.
* De traditionele klederdracht van de Jebala-vrouwen in het Rifgebergte bestaat uit een rood-wit gestreepte sjaal of doek die gebruikt wordt als wikkelrok, een breedgerande strohoed versierd met gekleurde wollen pompons en kwastjes en wollen of katoenen hemden en mantels, vaak versierd met traditionele Amazigh- of Berberdessins.
* Tussen Rabat en Fez ligt het vruchtbaarste deel van Marokko; een vlakke vallei waar alle grote boerderijen en fruit- en groentekwekers zitten. Je vindt er een overvloed aan vijgen, appelsienen, avocado’s en appels.
Praktische info
🌎Reis georganiseerd door reisorganisatie 'Koning Aap' (https://koningaap.be/)
🚐 Vervoer ter plaatse met minibus en chauffeur van 'New Express Maroc Tours' - Agadir
🛌 Overnachting in Chefchaouen in Hotel Tarek – Avenue Sidi Abdelhamid (charmant kleinschalig hotel met kleurrijke Marokkaanse accenten - eenvoudig ontbijtbuffet – buiten het centrum gelegen want bussen en busjes en campers en auto’s mogen en kunnen het oude stadsdeel niet in – we worden het zo stilaan gewoon en ja hoor, ook hier wordt de bagage naar en van je kamer gebracht)
🍽 Lunch dag 1 in wegrestaurant Smart Resto (Souk El Arbaa op de N1) – voor een lekkere vegetarische tajine en een verfrissende citroenlimonade
🍽 Diner dag 1 in Chefchaouen: Restaurant Bilmos (Place Outa el Hammam) – voor de lekkerste tajine van geitenvlees met pruimen en gekaramelliseerde ajuinsliertjes
🍽 Lunch dag 2 in Chefchaouen: Restaurant Bab Al Souq (Avenue Sidi Abdelhamid) – voor simpele maar lekkere harita soep
🍽 Diner dag 2 in Chefchaouen: Restaurant Clock (3 Derb Tijani) – trendy en traditioneel en retro met lokale kunst aan de muren maar ijskoud op het dakterras en te luide live muziek, dan maar verhuisd naar beneden waar het al even koud was, lang op het eten moeten wachten, beetje teleurstellend ondanks de reviews vol lof.
Reactie plaatsen
Reacties