Na de koele blauwe steegjes van Chefchaouen voelt Fès als een overgang van sprookjesboek naar boeiende geschiedenisles. Vergezeld van een herder, zijn ezel en zijn schapen slingert de weg de stad uit, een laatste zicht op de bergen, een laatste blauw-witte foto. We rijden door het noorden van Marokko, langs heuvels, dorpen, olijfbomen en stoffige vergezichten. Het wordt een urenlange rit met de nodige stops om uiteindelijk te merken dat Fès al lang begint voor we de stad binnenrijden: in het veranderend landschap, in het drukker verkeer en in dat aparte gevoel dat we op weg zijn naar een plek waar het eeuwenoude verleden gewoon naast het dagelijks leven is blijven bestaan.
Van een blauwe bergparel naar de oudste koninklijke parel
De dag heeft even tijd nodig om wakker te worden en schuift traag van fris en 12 graden naar zonnig met een lucht even blauw als het stadje dat we achterlaten. We ruilen de Rifregio voor de vruchtbare vlaktes aan de voet van het Midden-Atlasgebergte. Bocht na slingerende bocht klimt de bus langzaam het dal uit, langs donkere dennenbossen en een bijna-droog riviertje dat tussen de kiezels door kronkelt. Onderweg ontvouwt het landschap zich als een zachtgolvende groene deken, met lage heuvels, akkers in lentetinten, olijfboomgaarden en ezels die geduldig water van de bron naar de velden dragen. Af en toe duiken kleine dorpen op met gezellige picknickplekken en huizen op een rij aan de horizon terwijl langs de kant van de weg kraampjes met dikke feloranje vers-van-de-boom appelsienen uitnodigen tot een stop. Applausje voor onze gids Youssef die zorgt voor een volle tas van dat hemels sappige fruit.
Over de historische Pont du Loukkos, ooit een belangrijke doorgang en douanepost tussen Frans-Marokko en Spaans-Marokko, rijden we verder richting Fès, met telkens weer een nieuw uitzicht onder een Marokkaanse ‘witte wolken’-hemel.
Na een welkome halte bij wegrestaurant La Pergola in de buurt van Ouazane, verandert het landschap opnieuw van kleur en vorm. Soms zien we nomaden in de verte, ooievaarsnesten hoog op palen en afgelegen moskeeën op zoek naar hun onzichtbare dorp. De heuvels worden kaler en rotsiger, met kalksteenflanken, magere begroeiing en hier en daar een huilerie waar de olijven van de streek hun weg vinden naar flesjes olie.
Bij de Barrage Sidi Chahed is halt houden haast een verplichting: het stuwmeer ligt er vredig bij, omringd door glooiende heuvels en bonte akkerreepjes. Wat een schitterend uitkijkpunt, wat een picture perfecte plek, de idyllische rust slechts lichtjes verstoord door slimme verkopers die op de parking hun kraampjes hebben opgezet. Zwierige jebala-hoeden, handgemaakte onderzetters, strooien tasjes en boodschappenmanden, magneetjes en (het mag niet ontbreken) vers geperst appelsienensap … verleidelijk maar vooral fleurig en kleurig!
Fès komt steeds dichterbij met aan de buitenrand de Ferme des Domaines Royales Agricoles of de landbouwgronden van de koninklijke domeinen, in 1960 opgericht onder koning Hassan II om het beste uit de Marokkaanse landbouw te halen. Even later rijden we de Ville Nouvelle binnen over brede stadse lanen, afgezet met sierlijke gietijzeren lantaarnpalen. Het is alsof Fès het ons meteen duidelijk wil maken: hier is een charmante mix van oud en modern de baas!
Fès, van rivierstad tot culturele hoofdstad
Fès laat zich niet samenvatten in één jaartal of één monument. De oudste en misschien wel meest betekenisvolle van Marokko’s vier koningssteden begon haar verhaal al in 789, toen Moulay Idriss I, een achter-achterkleinzoon van de profeet Mohammed, op de rechteroever van de Jawhar-rivier een stad stichtte. Zijn zoon Idriss II bouwde in 808 aan de overkant Fès el-Alya, de Hoge Stad. Wat begon als twee nederzettingen aan weerszijden van het water, groeide langzaam uit tot een centrum van macht, geloof, kennis en handel. Andalusische vluchtelingen brachten rijkdom, vakmanschap en nieuwe ideeën mee, en zo werd Fès laag na laag meer dan een stad. Het werd een kruispunt waar veel werelden elkaar vonden.
Vooral in de 13e en 14e eeuw, onder de Meriniden, kwam de stad helemaal tot bloei. Fès kreeg de titel van koninklijke hoofdstad en zag zichzelf gedecoreerd met medersa’s (koranscholen), paleizen, fondouks (caravanserails), moskeeën en fonteinen - monumenten die vandaag nog altijd het aangezicht van de medina bepalen.
Later verhuisde de politieke hoofdstad naar Rabat, maar Fès verloor nooit haar diepe betekenis als culturele en spirituele ziel van Marokko. En net dat maakt Fès vandaag nog zo fascinerend. Wie hier aankomt, reist niet zomaar naar een bestemming, maar stapt een stad binnen waar oude en nieuwe geschiedenis harmonisch samenkomen.
Anno 21e eeuw telt deze best bewaarde historische stad van Marokko meer dan 1 miljoen inwoners, verspreid over de avenues en boulevards van de Ville Nouvelle (20e eeuw), het koninklijke Fès el-Jdid (13e eeuw) en het labyrint van Fès el-Bali (9e eeuw).
6X inspiratie voor een bezoek aan Fès
1. Het Koninklijk Paleis: bronzen deuren die meteen indruk maken
Onze kennismaking met Fès begint aan de rand van Fès el-Jdid waar het Koninklijk Paleis of, beter gezegd, waar de beroemde poorten meteen alle aandacht naar zich toe trekken. Naar binnen mogen we niet, het Dar el-Makhzen is een van de officiële residenties van de Marokkaanse koning. Maar buiten blijven is zeker geen straf. De hoofdingang is immers ronduit indrukwekkend. De 7 handgemaakte bronzen deuren (1 voor elke dag van de week) zijn ware creaties van traditioneel vakmanschap. Het fijne tegelwerk in ingewikkelde geometrische motieven schittert in blauw en groen en het cederhoutsnijwerk is van een prachtige precisie. Je blijft kijken naar zoveel details … en dat doen busladingen toeristen samen met jou waardoor foto’s nemen een geduldige bezigheid wordt!
Voor de monumentale hoofdingang van het paleis ligt de Place des Alaouites. Met citroenbomen, palmen, fonteinen en bloembakken vormt het plein een statige buffer tussen de drukte van Fès el-Jdid en de gesloten wereld achter de hoge paleismuren.
Het 80.000 m² grote paleiscomplex dateert oorspronkelijk uit de 13e eeuw maar werd in de 19e eeuw grondig verbouwd en omvat verschillende verblijven voor de koninklijke familie, de bedienden en de wachters. Verder zijn er ambts- en regeringsgebouwen, binnenplaatsen, tuinen, een koranschool en een moskee. Hier wordt meteen duidelijk dat Fès eeuwenlang een stad van macht en pracht is geweest!
Weetjes:
* Het Koninklijk Paleis van Fès staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
* Neem geen foto’s waar paleiswachten op staan. Dat is namelijk verboden!
2. De Mellah en de stadspoorten: de weg naar verborgen verhalen
Na al dat koninklijke vertoon wandelen we verder naar de Mellah, de historische joodse wijk van Fès. Ze ontstond halfweg de 15e eeuw en wordt beschouwd als de eerste ommuurde joodse wijk van Marokko. Meteen verandert de sfeer: minder paleisglans, minder toeristen en meer locals in de smalle straatjes. De hoge huizen met grote ramen, smeedijzeren traliewerk en houten balkons vallen op door hun niet-Arabische stijl. De brede massiefhouten poorten aan de straatkant verbergen nog steeds een uiteenlopende verzameling winkeltjes en werkplaatsen. Hier woonde en handelde ooit een levendige joodse gemeenschap, kwam men samen in de synagogen en had men zijn eigen begraafplaats. Na de stichting van de staat Israël trokken de meeste joden weg en is de Mellah niet meer die bruisende plek van weleer. Toch zorgen de fruitkarretjes, de rode ‘petits taxis’, de verkopers van specerijen en noten en keukenspullen voor een heel eigen dynamiek. Alsof je een ander, minder bekend hoofdstuk van Fès binnenstapt.
Even verderop staan de monumentale stadspoorten als wachters tussen vroeger en nu. Met namen als Bab Semmarine, Bab al-Mellah en Bab al-Amer leiden ze naar paleizen en markten en verborgen wijken. Achter elke boog lijkt het of Fès een nieuw verhaal vertelt, een verhaal dat je pas ontdekt als je onder de poorten door wandelt.
Weetje:
* Zowel de Mellah als de stadspoorten van Fès zijn opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.
3. Borj Sud: Fès van bovenaf
Om even uit te waaieren in ons hoofd, rijden we hogerop naar de heuvels rond Fès. Daar kijkt Borj Sud als een oud wachter uit over de medina. Ooit was dit stevig fort en zijn overbuur Borj Nord bedoeld om de stad te beschermen, vandaag trakteren ze vooral op een fantastisch panorama. De infanterie en de cavalerie van de 16e eeuw zijn vervangen door geurige trosrozen en helderrode montbretia en de stoere kanonnen doen nu enkel dienst als leuk detail op een foto.
Beneden ligt Fès als een doolhof van witte en gele huizenblokjes met platte daken, afgewisseld met minaretten, stadsmuren en smalle steegjes, omringd door heuvels die het geheel een zacht tintje geven. Van hieruit lijkt de stad een toonbeeld van orde en rust. Maar dat gevoel verdwijnt snel als je opnieuw afdaalt en de medina je opslokt met haar geuren, kleuren, geluiden en eindeloze beweging.
Weetjes:
* In Borj Sud vind je een museum over de historische vestingswerken van Marokko.
* Borj Nord beschikt over een wapenmuseum.
* Beide forten staan op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
4. De ambachten van Fès: tussen aardewerk, koper, leder en stof
Fès is misschien wel op z’n mooist in de handen van haar ambachtsmensen. Samen maken zij ons duidelijk waarom de stad geen museumstad is, maar een actieve werkplaats. Hier worden tradities niet alleen bewaard achter glas; ze worden gebakken, geklopt, gesneden, geverfd, geweven en elke dag opnieuw doorgegeven.
▶ De weg van een verdedigingsfort naar de nobele kunst van het pottenbakken duurt amper een paar minuten. Net buiten het stadscentrum draait alles bij Art de Poterie ACH rond klei, glazuur en geduld: tegels, schalen, potjes, kommen, vazen en mozaïeken krijgen er hun vorm, vaak in dat sublieme Fès-blauw maar evengoed in geel en groen en zachtrood.
Hier wordt dag in dag uit klei gesorteerd, gekneed en klaargemaakt voor de pottenbakkersschijf, een uiterst nauwkeurig maar vooral intensief werk. De voeten, lieve lezer, trappen hier olympische records. Drogen, bakken en glazuren … enkele ateliers verder is de neutrale grijze kleimassa omgetoverd in 1001 vormen met subtiele of net uitbundige decoraties.
Vooral de zellige zijn echte kunstwerkjes. Die handgemaakte mozaïekjes, oorspronkelijk afkomstig uit het antieke Byzantium en het Spaanse Andalusië, werden voor het eerst gemaakt en gebruikt in Marokko in de 10e eeuw om paleizen en riads en medersa’s te versieren. Eeuwen later kom je die kleine tegels nog steeds tegen, zelfs in onze Belgische interieurs.
Tip: Art de Poterie ACH heeft een enorme verkoopsruimte en kiezen wordt moeilijk met zo’n aanbod!
Goed om weten: grote of zware stukken kan je laten leveren (ook in België en Nederland).
▶ Op de Place Seffarine, in het hart van de medina, verandert de soundtrack van Fès opnieuw. Daar slaan koperslagers met vaste hand op schalen, potten en lampen, waardoor het plein klinkt als een openluchtorkest van metaal. Elke theepot, elk theeglaasje, elke koperen ketel is enig en uniek en draagt het merkteken van de ambachtsman die op het pleintje in de schaduw van een oude boom zijn hamer overuren laat kloppen.
▶ Een van de belangrijkste toeristische bezienswaardigheden in Fès ligt op slechts enkele minuten wandelen van de Place Seffarine. Je moet een doolhof van straatjes door, richting de Souk el-Chouara, of je volgt de bordjes ‘tannerie’ of je loopt gewoon de ezeltjes achterna met hun lading lederen lappen. Een paar smalle en steile trappen op, een ledershop door en je staat op een (overdekt) roofterras met het allerbeste zicht op de beroemde Tannerie Chouara, de oudste leerlooierij ter wereld waar blote voeten het werk doen dat sinds de 11e eeuw nauwelijks veranderd is. Indrukwekkend en onvergetelijk!
We kijken vanop het terras neer op een wirwar van stenen kuipen, waar huiden geweekt, gekleurd en gedroogd worden volgens eeuwenoude technieken. Okergeel, robijnrood, indigoblauw en chocoladebruin liggen er als een bont schilderspalet naast elkaar. De indringende geur (zeg maar gerust stank) hoort onvermijdelijk bij de ervaring. Gelukkig komt een takje munt onze neus een beetje redden.
Dankzij de uitleg van de gids weten we nu dat de ruwe dierhuiden (van rund, schaap, geit, kameel, dromedaris en paard) eerst geweekt worden in een mengsel van duivenpoep, dierlijke urine en ongebluste kalk. Zeg zelf, gezond kan het niet zijn! Daarna worden de huiden gedroogd, gewoon aan de lucht op de balkons van de huizen rondom, en volgt het verven met natuurlijke kleurstoffen: saffraan, papavers, granaatappels, indigo, kurkuma … en dan, beste toerist, veranderen die stinkende velletjes in de mooiste handtassen, portefeuilles, riemen en (natuurlijk) babouches. Uiteraard was de verleiding te groot en met het zweet in mijn handjes toch nog flink kunnen afdingen! Resultaat: vanaf nu ben ik de trotse eigenaar van een paar authentieke Marokkaanse babouches!
Weetjes:
* De toegang is gratis maar een kleine fooi wordt gewaardeerd als je niets koopt in de zeer uitgebreide shop.
* Toegang niet mogelijk voor rolstoelgebruikers en beperkt voor wie minder mobiel is.
* Opgepast want de vloer kan nat en glad zijn dus dichte schoenen wordt aangeraden.
* Het werk is een familie-aangelegenheid en het ambacht wordt van vader op zoon doorgegeven.
▶ Na de lunch gaat het van de vieze luchtjes van de leerlooierijen naar het zachte ritme van garen en stof. In het Atelier de Broderie et de Tissage zien we hoe draden van wol, katoen en agave-zijde op houten weefgetouwen langzaam vorm krijgen in een eindeloos spel van schering en inslag. Uit de veelkleurige stoffen die zo ontstaan komen leuke sjaals (ze noemen ze hier chèches) en kussenslopen en tafeltapijtjes tevoorschijn. Er wordt gekeurd en bewonderd en gepast … Wordt het een blauwe, een gele of toch een rode met glitterdraad? Je raadt het al: we zijn hier het eerste halfuur nog niet buiten!
5. De medina en de soeks: verdwalen in geuren en kleuren
En dan is er natuurlijk de medina zelf, de grootste autovrije en oudste bewoonde stadswijk ter wereld, terecht opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst én het kloppend hart van Fès. Zodra je onder een van de stadspoorten doorgaat, verdwijn je hopeloos in een wirwar van steegjes waar in een rechte lijn wandelen eigenlijk niet bestaat. De Rue Tala’a Kebira en Rue Tala’a Sghira helpen nog een beetje om richting te houden en de opvallende minaret van de R’Cif-moskee kan wel als oriëntatiepunt dienen. Maar daarnaast liggen duizenden straatjes (9.000?), bochten en doorgangen klaar om je gevoel voor richting grandioos overhoop te halen.
Ezeltjes passeren rakelings, vergezeld van het luide ‘balak, balak’ van hun begeleiders. Kruiden geuren uit open manden en verkopers roepen vanuit alle windrichtingen om je aandacht. Dierenpoten, dierenkoppen en vissen verspreiden op z’n zachtst gezegd een niet-zo-aangenaam reukje. Zielige witte kippen wachten op hun slachtbeurt en de loodgieter wacht op zijn klanten. De ijverige mevrouw die stapels verse warqa (een soort van filodeeg) maakt voor de pastilla’s wil niet op de foto, de slager die kamelenvlees verkoop (inclusief kop) heeft er geen probleem mee. Uitgesleten betonnen trappen leiden naar een tandarts en een wit betegeld opstapje brengt je naar een cafeetje met dakterras.
Elke vierkante meter wordt door ‘iets’ ingenomen, een winkeltje, een werkplaats, een atelier, een toonbank, een fastfoodkraampje, een theehuisje, volgestampt van vloer tot plafond met lampen, tapijten, lederwaren, keramiek, schoenen, djellaba’s, kruiden, kippen, noten, dadels, groenten, slakken, zeepjes, parfum, onbekend voedsel in plastic potjes en stapels stoffen in alle kleuren van de regenboog. Chaotisch is het zeker en compleet onoverzichtelijk. Zonder twijfel een aanslag op al je zintuigen en bij momenten raken horen en zien en ruiken tegelijk over hun toeren! Dit is immers geen openluchtmuseum maar een oude stadswijk waar zo’n 150.000 à 200.000 mensen leven, werken en verkopen. Authentiek is hier het gepaste woord en verwondering het gevoel dat je ervaart na elke bocht.
De medina van Fès is ingedeeld in soeks. Elk ambacht, elk product heeft zijn specifieke soek en plek in de medina. In de Souk Sebbaghine (de ververswijk) wordt wol en garen geverfd in grote zwarte ijzeren emmers. Volg je neus want je ruikt de natte wol en de aardse kleurstoffen al voor je het gordijn van gekleurde strengen opmerkt. Ze hangen als een vrolijk schilderij op stokken boven het smalle steegje. Opgepast dat je niet in een indigoblauwe plas stapt want het spoelwater loopt gewoon langs kleine gootjes door de straat.
Ook te ontdekken in de medina:
Dichtbij Place Seffarine ligt de Pont LKhrachfiyine. Uit de 10e eeuw is dit één van de oudste bruggen van de stad en de Oued Bou Khrareb (rivier) stroomt eronder. Ooit vormde die rivier de historische grens tussen de 2 nederzettingen die aan de basis van het huidige Fès liggen. Nu loopt hij door het midden van het oude Fès el-Bali.
En dan vergeet ik bijna de honderden schone deuren in de medina te vermelden, de minaret van het Zawiya religieuze complex met zijn turquoise tegels, de inkompoort van de al-Quaraouiyine bibliotheek en moskee (de oudste nog actieve universiteit ter wereld daterend van 857 en op de UNESCO Werelderfgoedlijst – niet toegankelijk voor niet-moslims) en nog veel en veel meer magnifieke gevels, ramen, inkijkjes, pleinen … opgeslagen op de harde schijf van mijn al overvolle brein!
Weetjes:
* De werkplaatsen en ateliers die zich binnen de medina bevinden zijn beschermd door Unesco als onderdeel van de historische stadswijk maar staan niet individueel vermeld op de erfgoedlijst.
* De medina is autovrij. Je gaat te voet en alle transport gebeurt met ezels en handkarren.
* Laat je rondleiden door een gids. Het voorkomt dat je verdwaalt en je ziet plekken die je anders misschien zou missen.
* Draag goede stapschoenen want de middeleeuwse straatjes en steegjes liggen er nogal oneffen bij.
* Er zijn heel wat leuke en goeie restaurants, eethuisjes en cafeetjes in de medina. Je kan er ook logeren in riads, van eenvoudig tot luxueuze.
6. De koranscholen van Fès: stilte tussen hout, stucwerk en zellij
Na alle drukte in de soeks voelt een medersa als een zalige pauzeknop, een moment om even op adem te komen. Zodra je de binnenplaats opstapt, zakt het volume van Fès een paar decibels lager en verschuift je aandacht vanzelf naar de details: het glanzende cederhout, het ragfijne stucwerk, de sierlijke kalligrafie en de kleine zellige-tegeltjes die samen een eindeloos en betoverend patroon vormen. In oude koranscholen zoals Bou Inania en al-Attarine uit de 14e eeuw of de Saffarin Medersa uit de 13e eeuw hoef je echt geen architectuurliefhebber te zijn om onder de indruk te raken van deze wonderlijke staaltjes van Moorse bouwkunst. Kijk omhoog en omlaag, naar links en naar rechts, en telkens zie je weer iets nieuws: een bloemmotief, een houten balkonnetje, een tegelrand die je daarnet nog niet had opgemerkt.
Op de verdieping wordt het bezoek nog interessanter. Daar liggen de piepkleine studentenkamertjes op een rij, sober en eenvoudig, met net genoeg plaats voor een matras en boeken en heel veel studie-ijver. Je stelt je meteen voor hoe jonge studenten hier eeuwenlang (tot begin 20e eeuw) boven de binnenplaats woonden en vers per vers de complete koran bestudeerden en uit het hoofd leerden en heel misschien, af en toe, verlangend naar buiten keken. Door de openingen en galerijen krijg je bovendien mooie inkijkjes over de glinsterende daken van Fès, waar groen geglazuurde dakpannen zich als een rustige wereld boven de drukke medina uitstrekken. Beneden roept de stad alweer, maar hier boven blijft (gelukkig) dat stille, bijna dromerige gevoel hangen.
Waarom Fès absoluut de moeite waard is
Aan het einde van ons bezoek voelt Fès nog altijd niet als een stad die zich makkelijk laat vatten, en misschien is dat net wat haar zo bijzonder maakt. Je moet er luisteren, kijken, ruiken en soms gewoon meegaan met de stroom. Van paleispoorten tot pottenbakkers, van medersa’s tot leerlooierijen en van stille binnenplaatsen tot overvolle soeks: Fès toont Marokko in lagen. Het is een stad die je niet alleen bezoekt, maar beetje bij beetje beleeft.
Praktische info
🌎Reis georganiseerd door reisorganisatie 'Koning Aap' (https://koningaap.be/)
🚐 Vervoer ter plaatse met minibus en chauffeur van 'New Express Maroc Tours' - Agadir
🏁 Afstand Chefchaouen tot Fès via A5, N1 en N13: +/- 250 km
🛌 Overnachting in Fès in Hotel Splendid – 9, Rue Abdelkrim el Khattabi (eenvoudig en functioneel, praktisch gelegen dichtbij het centrum, met een Marjane Market supermarkt en restaurants op loopafstand – parking voor de deur – patio met buitenzwembad (alleen het water ontbreekt) - eenvoudig Marokkaans ontbijtbuffet.
🍽 Lunch dag 1 in Restaurant La Pergola (Motel Rif, op de N13, Bouderoua Beni Quolla) – voor een snelle hap uit het vuistje, een ijsje, een koffie of een fris drankje.
🍽 Diner dag 1 in Fès: Restaurant Marrakech (59, Avenue Mohammed Zerktouni) – voor de allereerste Marokkaanse pastilla en een muntthee geserveerd met heel veel show – de buitenkant ziet er niet erg aantrekkelijk uit maar de sfeer en het eten krijgen van ons 5 sterren!
🍽 Lunch dag 2 in Fès: Restaurant La Medina Bis (Znikt Hajjama, 39, Rahbet el Kais Medina, Fès) – authentiek herenhuis of riad in de medina van Fès met een overvloed aan kleurrijke keramieken tegeltjes (zelfs in de toiletten), drukbewerkte houten plafonds en overvloedig versierde fonteinen - compleet menu met voorgerechten, tajine met lam en groenten, dessert van vers fruit (appelsien en banaan) en een verfrissend tonic drankje.
🍽 Diner dag 2 in Fès: na de uitgebreide lunch zijn we ‘s avonds tevreden met een uitstapje naar de Marjane supermarkt voor een simpele yoghurt en wat fruit.
📌 Koninklijk Paleis Dar el-Makhzen: gelegen aan de Rue Boulakhsissat (waar parking voorzien is) en de Place des Alaouites – niet open voor het publiek
📌 Mellah: bereikbaar via Place des Alaouites en via de stadspoorten Bab el-Mellah en Bab el-Semmarine
📌 Borj Sud: bereikbaar via de Avenue Borj Sud waar ook parking voorzien is.
📌 Art de Poterie ACH: gelegen aan N 18 block Route de sidi Harazem - Ain nokbi Fekharine
📌 Koperslagers: Place Seffarine
📌 Tannerie Chouara: Souk el-Chouara (terrace view #10)
📌 Atelier de Broderie et de Tissage: Rue Derb Blida
📌 Medina en soeks : via een van de vele Bab of toegangspoorten – belangrijkste straten Rue Tala’a Kebira en Tala’a Seghira
📌 Medersa Bou Iania en Medersa al-Attarine: Rue Tala’a Kebira / Medersa Saffarin: Rue Seffarine
Reactie plaatsen
Reacties