Op dag twee van onze rondreis door Marokko laten we Casablanca achter ons en rijden we naar Rabat. De rit naar de hoofdstad van het land is een aangename overgang van de hectische drukte van een havenstad naar iets dat verdacht veel op koninklijke elegantie lijkt. Rabat is namelijk één van de 4 koningssteden van Marokko, ooit gekroond tot hoofdstad door machtige sultans van lang vervlogen dynastieën. Toch is het geen stad die zich luidkeels opdringt. Ze fluistert, ze is zelfverzekerd, ze heeft tijd, ze weet dat ze al eeuwenlang belangrijk is.
Van een oude Romeinse nederzetting met de naam Sala Colonia aan de monding van de rivier Bou Regreg groeide Rabat onder de Almohaden in de 12e eeuw uit tot de versterkte stad Ribat. De naam is waarschijnlijk afgeleid van Ribat al-Fath, wat zoveel betekent als ‘vesting van de overwinning’. Na de Almohaden was het een komen en gaan van andere inheemse stammen en andere dynastieën, een lang verhaal van opkomst en verval. In de 17e eeuw kreeg Rabat er nog een extra laag geschiedenis bovenop met Andalusische invloeden, een erfenis van de Moren die haastig de Straat van Gibraltar overstaken, op de vlucht voor de streng katholieke Spaanse koning. Die islamitische en joodse immigranten brachten kennis en geld mee en Rabat werd van vervallen en vergeten gepromoveerd tot hoofdstad van een republiekje bekend onder de dubieuze naam Kapersrepubliek Bou Regreg, een uiterst succesvolle samenwerking met Salé, het piratennest aan de overkant van de rivier Bou Regreg. Gelukkig was daar Sultan Moulay al-Rashid die kordaat een einde maakte aan het rijk van de zeerovers. Het Franse protectoraat begin 20e eeuw gaf Rabat een eigentijdse make-over met een perfecte balans tussen cultureel erfgoed en moderne stadsplanning. Die bijzondere mix van oud en nieuw bezorgde de stad zelfs een vermelding op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
Rabat doet dus niet aan kiezen: ze is tegelijk historisch, statig en onverwacht rustig voor een hoofdstad aan de Atlantische Oceaan met iets meer dan 2 miljoen inwoners.
Lunch met een uitzicht
Onderweg naar onze 2e reisbestemming schuift Casablanca kalm aan het busraam voorbij. De achtergevel van het iconische Rick’s Café laat zich nog net zien door de waaiende takken van de palmbomen langs de kant van de weg. Tussen haakjes: het café is geïnspireerd op de bekende - of voor sommigen misschien onbekende - Hollywoodfilm ‘Casablanca’ uit 1942.
We passeren het chique Double Tree Hilton hotel, omgeven door hoge witte buildings. De stadstram maakt reclame voor de gratis wifi die aangeboden wordt en appelsienverkopers zijn blij met de schaduw van de parasolbomen. Na de buitenwijken en de nieuwbouwblokken komen de bouwvallige hangars en de oude verlaten bedrijfjes tussen landbouwpercelen, kleine boerenhuisjes, ezels op het veld en grote kuddes schapen in de weiden. We kijken verwonderd naar een luxe golfterrein en een mediterraan bos met pijnbomen en eucalyptus. De ‘groene stadsgordel’ krijgt gezelschap van scholen en universiteitsgebouwen. Minaretten, hotels en winkels staan ordelijk naast elkaar en ook de KFC heeft hier zijn stekje.
Rabat laat zich zien in al zijn schoonheid langs brede boulevards die superkeurig en superproper gestofzuigd en opgepoetst zijn tot ze blinken als een rodelopermodel.
Maar voor we de mooiste bezienswaardigheden van Rabat gaan ontdekken, is er eerst lunch. En wat voor één! Mijn eerste Marokkaanse tajine, lekker vegetarisch en lekker propvol groenten, een verfrissend citroen-muntdrankje erbij, aan de oevers van de rivier Bou Regreg, met zicht op de Corniche van Rabat. Dit is zo’n plek waar je eigenlijk alles tegelijk wil: eten, kijken (naar de groendienst die ijverig met voegenkrabber en borstel de ellenlange wandelpaden onkruidvrij maakt), foto’s nemen en flaneren over de levendige wandelboulevard met aan de ene kant eeuwenoude witgekalkte muren en aan de andere kant blauwe, gele en groene vissersbootjes op de rivieroever.
Net voor de monding in de Atlantische Oceaan vormt de Bou Regreg hier een natuurlijke grens tussen Rabat en Salé, de hoofdstad en zijn zusterstad, gescheiden door water maar verenigd door hun gezamenlijke roversgeschiedenis.
Altijd een goed idee zo’n lunch met schoon waterzicht en het voelt alsof Rabat je meteen op haar beste glimlach trakteert.
Mausoleum van Mohammed V: een marmeren meesterwerk
Onze sightseeingtour in Rabat beginnen we bij één van de indrukwekkendste locaties van de stad, het Mausoleum van Mohammed V. Op slechts een paar minuten rijden van de Corniche straalt dit witte marmeren gebouw met groen pannendak een serene grootsheid en koninklijke waardigheid uit. Het monument werd dan ook gebouwd in opdracht van een koninklijke zoon (Hassan II) als herinnering en eerbetoon aan zijn koninklijke vader (Mohammed V, de held van de Marokkaanse onafhankelijkheid).
Ontworpen door een Vietnamese architect, werd er 10 jaar lang (van 1961 tot 1971) gebouwd, gebeeldhouwd, gebeiteld, gegraveerd en versierd door bijna 400 Marokkaanse meester-ambachtsmannen tot een heiligdom voor de eeuwigheid verscheen. De weelderige materialen, de traditionele elementen, de veelkleurige details in een Arabisch-Andalusische stijl zijn een perfecte combinatie tussen het rijke culturele erfgoed en de islamitische wortels van Marokko.
Vergaap je dus rustig aan slanke zuilen in wit Carrara-marmer, fonteinen met hemelsblauwe en zandkleurige keramieken tegels, een uitbundige kandelaar in prachtig gegraveerd koper, Moorse bogen en druk bewerkte kroonlijsten. Ga de brede deftige trappen op en kijk vol verwondering naar het rijkelijk interieur en de cederhouten koepel met bladgoud en glas-in-loodramen, de lucht gevuld met het zachte geruis van de Marokkaanse klanken van de imam die dag en nacht uit de koran voorleest.
Vanop de galerij gaat alle aandacht toch vooral naar de imposante, uit witte onyx gemaakte sarcofaag van Mohammed V. Ook zijn 2 zonen (koning Hassan II en prins Moulay Abdallah) kregen hier hun graftombe, zij het een iets eenvoudigere versie.
En natuurlijk wordt Instagram overspoeld door selfies van toeristen met de onverstoorbaar kijkende koninklijke wachters aan de in- en uitgang van het mausoleumcomplex. Die erewacht - de Garde Royale à Cheval op sierlijke Berberpaarden - is gekleed in authentieke militaire uniformen, rood met witte cape en groen hoofddeksel in de winter, volledig wit in de zomer. Uiteraard staan ze daar niet alleen als toeristische attractie. Hun functie gaat zelfs verder dan het handhaven van orde en veiligheid; zij zijn een zichtbare verwijzing naar de Marokkaanse dynastie en een uiting van eindeloze bewondering voor de monarchie.
Een bezoek aan het Mausoleum van Mohammed V? Je wordt er stil van want deze plek ademt eerbied en vorstelijke grootsheid, overdekt met een diepe symbolische betekenis.
Weetjes:
* Het groen van het pannendak is een verwijzing naar de ster op de vlag van Marokko en groen staat ook symbool voor de islam.
* Het mausoleum is één van de weinige heilige plaatsen in Marokko die ook door niet-moslims bezocht kan worden. Toon je respect voor de cultuur, de geschiedenis en de religieuze symboliek van dit monument door je kleding aan te passen en schouders en knieën te bedekken. Een bezoek aan het Mausoleum van Mohammed V is geen stranduitstapje!
* Het dag en nacht voorlezen uit de Koran is een eeuwenoud gebruik en wordt beschouwd als een bron van zegening, troost en bescherming.
* Naast het mausoleum staat nog een kleine moskee en een museum.
* Ook de massieve boogvormige toegangspoorten langs de 4 zijden van het mausoleum zijn bewaakt door gewapende schildwachten in traditioneel kostuum.
* Vanop de trappen van het mausoleum heb je een schitterend uitzicht op de komkommervorm van de Mohammed VI Tower, 250 m en 55 verdiepingen hoog de lucht in, een staaltje van moderne architectuur!
* Inkom: gratis – Adres: tussen Boulevard Mohamed Lyazidi en Rue Saadiyine
Hassantoren: de toren die nooit af was, maar toch indruk maakt
Het zou de hoogste minaret en de grootste moskee van de islamitische wereld worden, de Hassantoren en -moskee, maar zoals dat soms gaat in de geschiedenis waren de plannen ambitieus maar de uitvoering bleef steken. Wat overblijft, is een stoere roodbruine zandstenen halve toren en een uitgestrekt veld met zuilenresten, alsof iemand een fenomenaal idee had, een lunchpauze inlaste en nooit meer terugkwam. Toch maakt net dat onafgewerkte karakter het geheel zo speciaal, een tikje dramatisch zelfs – op een goede manier.
De opdrachtgever van dit 12e-eeuwse megaproject was sultan Yaqub al-Mansur, afkomstig uit de Hoge Atlas en heerser over een groot deel van Noord- en West-Afrika en het Iberische schiereiland. Jammer genoeg overleed hij 4 jaar nadat de bouw van de minaret en de moskee gestart was. Geen opdrachtgever meer, geen geld meer, en wat ook in onze 21e eeuw gebeurt: de bouwwerken werden stilgelegd en nooit hervat. En zo kijken we vandaag naar een halve minaret van 44 m in plaats van 86 m, een moskee-grondplan met 21 gangen, de ruïnes van zo’n 200 zuilen en de resten van de okerkleurige buitenmuren.
Genoeg halve zuilen en geometrische decoraties gezien? Werp nog een laatste blik op het surrealistisch ontwerp van het Théâtre Royal dat als een wit oplichtende golf in de groene vallei ligt. Neem nog een laatste foto en wandel daarna naar de uitgang aan de Rue Saadiyine. Geniet nog een laatste keer van de fonteinen en de waterpartijen die het immense plein tussen het mausoleum en de toren versieren. De Garde Royale doet ook aan deze poort waar ze goed in zijn en het park Jardin Tour Hassan met zijn appelsienverkopers, spelende kinderen en picknickende families leidt ons terug naar de rivier en naar dé parel van Rabat.
Weetjes:
* De zustertoren van de Hassantoren, de Giralda, staat in Sevilla (Spanje) en werd zeer waarschijnlijk ontworpen door dezelfde architect.
* Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1956, sprak koning Mohammed V vanop de Hassantoren het eerste vrijdagsgebed uit.
* Die 200 zuilen kunnen er ook 348 of meer geweest zijn, afhankelijk van de infobron. Ik heb ze niet geteld!
* Geen trappen in de toren maar een soort van hellend vlak zodat men per ezel (of te paard) naar boven kon rijden.
* Inkom: gratis – Adres: tussen Boulevard Mohamed Lyazidi en Rue Saadiyine
Kasba van de Oudaya’s: blauw-witte charme achter muren vol verhalen
Richting de oude stadsmuren komen we terecht in het meest sfeervolle en meest bezochte deel van de stad: de Kasba van de Oudaya’s. Alleen al de poorten en vestingsmuren maken indruk, alsof Rabat wil tonen dat ze niet alleen stoer en machtig was maar ook veilig en verdedigbaar.
Blauwe tuk-tuk scootertaxi’s kleuren de Place des Oudayas. Klassieke lantaarnpalen omringen de perfect gemaaide grasvelden. Strak gesnoeide palmbomen staan als houten soldaatjes in het gelid. Langzaam oplopende trappen sturen ons richting de Bab Oudaya, de massieve hoofdingang van de kasba. Dat is een waar meesterwerk van Almohadische architectuur, de bouwstijl van de islamitische Berberdynastie die in de 12e en vroege 13e eeuw zorgde voor een erfenis aan wereldberoemde monumenten in Spanje en de Maghreb.
De Oudaya-poort, die vroeger Bab El Kébir werd genoemd, dateert uit 1150 en is net als de Hassantoren een realisatie van sultan Yaqub al-Mansur. Ook hier koos hij voor grootse afmetingen met een breedte van 16 m en een hoogte van 13 m, in de typerende Almohadische stijl, afgewerkt met sobere maar verfijnde versieringen van omgekeerde hoefijzers, slangen- en bloemenmotieven en sint-jakobsschelpen.
Geen Bab Oudaya voor ons, toeristen. Die exclusieve toegang blijft potdicht en wij worden de kasba ingeloodst via een klein simpel zijpoortje. Eens binnen in de kasba verandert de sfeer meteen: smalle straatjes, witgekalkte huizen met blauwe accenten en dat heerlijke gevoel dat je er, zonder veel moeite, lang wil blijven hangen want in de Kasba van de Oudaya’s wandel je niet, daar slenter je. Liefst zonder haast, want traagheid wordt beloond.
Het verhaal van het oudste deel van Rabat is er eentje van islamitische strijders en een versterkt fort, van Moorse vluchtelingen uit Spanje en woeste piraten, van sultans en krijgshaftige woestijnstammen zoals de Oudaya’s. De oorspronkelijke muren in het noordelijk deel van de kasba verbergen dan ook een schat aan verhalen. Met een dikte van 2,5 m en een hoogte tot wel 10 m vertelt elke m² van de oude stadsomwalling een andere geschiedenis, echte voorvallen maar vaak ook compleet verzonnen wat alleen maar bijdraagt aan het mysterieuze karakter van sommige steegjes en huizen. Het verhaal van de zeerover, de kat en de begraven schat is er zo eentje en het huisje met de kattentegel is een geduldig fotomodel.
Ondanks de grijze regenlucht is het volop genieten van de pittoreske straatjes met decoratieve mozaïektegels, de fotogenieke deuren met vaak 2 kloppers, de huisjes in hun blauw met witte kleedje, de onverwachte pleintjes, de geheime doorgangen, de doodlopende steegjes, de mysterieuze doorkijkjes, de potten en planten en poezen … het werkt betoverend, alsof je in een fotoboek rondstapt. Wat een fantastische belevenis!
En er komt nog meer moois aan. Voorbij het Quartier des Oudayas (waar de Rue Jamaa eindigt) stuurt een okergele boogvormige doorgang ons richting het hoogste punt in de kasba, het Semaphore-platform en de Place du Semaphore. De picture perfect plek serveert je gratis het meest spectaculaire zicht op de Atlantische Oceaan met rollende golven die stukslaan op de rotsen en om de hoek zachtjes uitlopen op het strand. De witte schimmige omtrek van Salé met het groen-met-witte-stippen kerkhof aan de overkant van de monding van de Bou Regreg zorgt voor een schilderachtig panorama. Zelfs het hoogste gebouw van Rabat, de 250 m hoge raketachtige Mohammed VI-toren, verschijnt voor de camera. Kanonnen en schietgaten, een fort en een magazijn uit de 18e eeuw, de eeuwig wapperende rode vlag, een verstild kerkhof met zeezicht … van strategisch verdedigingspunt en militaire uitkijkpost evolueerde het Semaphore-platform door de eeuwen heen naar een populair wandelplein waar locals en toeristen samenkomen voor verhalen en babbels, voor zand en zeelucht en die steeds wisselende zichten op een oneindige horizon.
Via de Rue Bazou en een stel ongelijke trappen zetten we onze kasba-wandeling verder, langs nog meer prachtige deuren en ramen versierd met kunstig traliewerk, langs uitgestalde schilderijtjes en handgemaakte spullen, ambachtelijk aardewerk en kleurrijke souvenirs. Het terras van Café des Oudayas verschijnt net op het goeie moment voor een kleine pauze en de muntthee en Marokkaanse koekjes smaken warm en zoet en zonnig. Het oceaanzicht moet je niet eens betalen!
Het geluid van vrolijke gesprekken en kabbelend water verstilt als we achter een rustiek poortje een oase van kleur en geur ontdekken. De historische Andalusische Tuinen (uit 1920) zijn een goed verborgen geheim in Rabat. Met hun weelderige bloemperken, schaduwbomen, fonteinen en keienpaadjes zijn ze een waardige afsluiter van ons bezoek aan de Kasba van de Oudaya’s.
Weetjes:
* De Kasba van de Oudaya’s staat sinds 2012 op de UNESCO Werelderfgoedlijst.
* Waarom sommige deuren in de kasba 2 kloppers hebben nl. een zware en een lichte klopper: door het geluid van de klopper wist men wie er aan de deur was. De zware klopper was bedoeld voor vreemden en mannen, de lichte klopper voor vrouwen en familie. Zo konden de vrouwen in huis óf de deur laten openen door een man óf zich eerst traditioneel kleden met hoofddoek en abaya.
* Veel deurkloppers in de kasba hebben de vorm van de Hand van Fatima. In de lokale cultuur staat deze handjesdeurklopper voor spirituele bescherming, geluk en gastvrijheid.
* De blauwe boord aan de huizen in de kasba diende oorspronkelijk om aan te geven in welke huizen Joodse mensen woonden. De blauwe kleur zou ook verkoelend werken en insecten op een afstand houden. Of het zorgt gewoon voor extra toeristische aandacht!
* De oudste nog bestaande moskee van Rabat vind je in de kasba. De Al Atiq moskee werd gebouwd rond 1150, rond dezelfde tijd als de toegangspoort Bab Oudaya. De hoge minaret is als een baken op je ontdekkingstocht door deze unieke stadswijk.
* De huisjes in de kasba zijn allemaal nog bewoond. Een aantal zijn omgebouwd tot riads.
* De toegang tot de kasba en aansluitende tuinen is gratis.
* Adres: Avenue Al Marsa – Place des Oudayas
Koninklijk paleiscomplex: koninklijke allure zonder dat je op audiëntie moet
Een bezoek aan Rabat is niet compleet zonder een blik op het koninklijk paleis en meer dan een blik zit er niet in want het Dar al-Makhzen is niet open voor het publiek. Maar ook van buitenaf is het een indrukwekkend geheel met een statige architectuur, monumentale poorten en keurig aangelegde tuinen en pleinen. Alles straalt orde, macht en traditie uit, op een ingetogen manier die perfect bij de hoofdstad past.
Gebouwd in 1864 op de ruïnes van een oud paleis uit de 18e eeuw is het enorme ommuurde complex in de wijk Touarga haast een stad in de stad. Naast werkpaleis en officiële residentie van de Marokkaanse koning dient het El Mechouar Essaid (vertaald 'de plaats van het gelukspaleis') ook als locatie voor koninklijke ceremonies en activiteiten. Leden van de koninklijke familie verblijven er en de koninklijke wacht heeft er zijn militaire kazerne. Er is een moskee, de Ahl Fas moskee, een renbaan en een koninklijk college voor de prinsen en de prinsessen, een kookschool en een bibliotheek met zeldzame manuscripten. Je vindt er de kantoren van de Marokkaanse regering, het Ministerie van Islamitische Zaken, de premier en het hooggerechtshof, 2000 paleisbedienden en een complete diplomatenwijk … en dan is er zelfs nog plaats in overvloed voor Frans geïnspireerde strakke tuinen met fonteinen en palmbomen.
Populair bij busladingen vol toeristen, rijtje schuiven voor die ene perfecte foto, het koninklijk paleis in de hoofdstad is terecht een must-see en een schitterend voorbeeld van tijdloos Marokkaans erfgoed met zijn oppervlakte van 80 hectare, omarmd door historische muren met een monumentale Bab Soufara als toegangspoort. Vanop het centraal plein - Esplanade du Méchouar - met zijn stoere kanonnen kan je alleen maar bewonderend kijken naar de streng beveiligde en met groene en blauwe mozaïeken rijkelijk versierde hoofdingang, de zachtgele muren bekroond met blinkend groene puntdaken en de Garde Royale in traditionele rode uniformen.
De duizenden lenteviooltjes in geel en wit en paars langs de paden en in de bloembakken genieten in stilte mee van al die koninklijke pracht en praal.
Weetjes:
* Alle Marokkaanse koninklijke paleizen samen hebben een totale oppervlakte van 167 hectare.
* Blijkbaar mag je niet op alle wegen van het centrale plein lopen en er is een veiligheidsperimeter van 100 m tot het paleis ingesteld. Komt je dichterbij of loop je op het foute paadje dan word je teruggefloten door de (behoorlijk zenuwachtige) bewaking. En ja , lieve lezers, ik spreek uit ondervinding!
Waarom Rabat absoluut op je route hoort
Rabat is zo’n stad om even te blijven hangen. Ze heeft geschiedenis en grandeur, zee en rust en precies genoeg charme om je op het einde van de dag te doen denken: waarom bezoeken eigenlijk niet meer mensen de Marokkaanse hoofdstad? Misschien omdat Rabat geen stad is van spektakel maar eerder een stad met elegante monumenten, een aangename sfeer en een tempo dat verfrissend aanvoelt. Tijdens een rondreis door Marokko is ze daarom een tussenstop meer dan waard. Sla je Rabat over, dan mis je een van de meest stijlvolle hoofdstukken van het land. En dat zou jammer zijn.
Praktische info
🌎Reis georganiseerd door reisorganisatie 'Koning Aap' (https://koningaap.be/)
🚐 Vervoer ter plaatse met minibus en chauffeur van 'New Express Maroc Tours' - Agadir
🛌 Overnachting in Rabat in Hotel Malak – 23, Avenue Chellah (Place Melilia) (keurig hotel met eenvoudig ontbijtbuffet en goedkoop restaurant met kleine menukaart – ook hier wordt de bagage naar en van je kamer gebracht / is dat een standaard Marokkaanse hotelregel??)
🍽 Lunch in Rabat: Marina Palms – 3, Avenue Al Marsa
🍽 Diner in Rabat: restaurant van Hotel Malak
📌 Adres Mausoleum Mohammed V en Hassantoren: Boulevard Mohamed Lyazidi (inkom gratis – openingsuren maandag tot vrijdag van 08.00 uur tot 16.00 uur / zaterdag en zondag van 08.15 uur tot 17.45 uur)
📌 Jardin Tour Hassan: Rue Saadiyine (inkom gratis)
📌 Kasba van de Oudaya’s: Place des Oudayas (inkom gratis)
📌 Koninklijk Paleis: Esplanade du Méchouar – wijk Touarga / parking via Avenue Bab Soufara
Reactie plaatsen
Reacties