Vandaag ruilen we de drukte van de koningssteden in voor gezonde berglucht, kronkelende wegen en dorpen waar de tijd zijn eigen tempo lijkt te hebben. De busrit naar Midelt is niet gewoon maar van plek A naar plek B rijden. Integendeel, er wacht ons een dag gevuld met pure natuur en verrassende tussenstops: ’s ochtends wandelen we door een bergdorpje met Zwitserse allures, ’s middags staan we tussen hoge ceders en worden we aangestaard door nieuwsgierige aapjes en tegen de avond ruiken we de appelvallei al van ver.
De stad uit, de bergen in
Fès met zijn levendige steegjes, poorten en minaretten verdwijnt langzaam achter ons. Zodra de weg begint te klimmen, verandert het landschap opvallend snel. Glooiende groene heuvels, olijfgaarden afgewisseld met appel- en pruimen- en kersenbomen, weiden en velden omgeven door lage stenen muurtjes, verdwaalde huisjes en een witte minaret dobberen in wisselende golven voorbij het busraam. Achter elke bocht een nieuw en onbekend uitzicht. De vage donkere vlekken aan de horizon beloven iets moois, krijgen vorm en worden bossen. De lucht wordt koeler, het licht zachter en de sfeer verandert van Marokkaans naar Europees.
Ifrane: Marokko in een Zwitsers jasje
Zo’n 70 km van Fès is daar ineens Ifrane, alsof iemand een Zwitsers dorpje voorzichtig op 1.700 m in het Midden-Atlasgebergte heeft neergezet. Dat klopt bijna: in 1930, tijdens het Franse Protectoraat, werd hier inderdaad een Alpendorp gebouwd dat moest dienen als vakantie- en ski-oord. Zelfs planten en bomen werden geïmporteerd om Ifrane een Europees gezicht te geven. Het dorp kreeg dan ook al snel de bijnaam ‘Klein Zwitserland van Marokko’. Brede lanen, verzorgde tuinen, rode puntdaken en chaletachtige huizen: het voelt haast onwerkelijk na de medina en de soeks van Fès, alsof we in een pretpark rondlopen en dit niet de ‘echte’ wereld is. Luxe hotels, vakantieparken, een ski-resort, restaurants met namen als Le Chamonix en sneeuw in de winter … wie dacht dat Marokko alleen maar woestijn en kamelen was?
Het toeristisch hoogtepunt van Ifrane is het monument voor De Leeuw van Ifrane, een eerbetoon aan de wilde atlasleeuw die vroeger in dit gebied leefde maar nu uitgestorven is. Na de ‘verplichte foto’ bij de liggende leeuw - die het allemaal gelaten bekijkt - maken we een wandeling langs het Lac d’Ifrane en door het Parc La Prairie en genieten van de frisse berglucht.
Ifrane is netjes, groen en verrassend rustig — een fijne pauzeplek met een (dure) cappuccino voor we verder de bergen intrekken.
Weetjes:
* In Ifrane vind je ook de private Al Akhawayn Universiteit waar elitestudenten van over de hele wereld Engesltalige opleidingen volgen naar Amerikaans model. De campus is maar liefst 75 ha groot en omvat, naast de academische gebouwen en onderzoekscentra, ook studentenresidenties, winkels en sportvelden.
* Ook Ifrane heeft zijn Koninklijk Paleis, in dit geval een Koninklijk Jachthuis, gebouwd in 1930 voor koning Mohammed V.
* Ifrane ligt midden in het 125.000 hectare grote Parc National d'Ifrane, door Unesco in 2016 uitgeroepen tot biosfeerreservaat omdat het meer dan de helft van alle verschillende planten- en diersoorten van Marokko bevat waaronder enkele zeldzame zoals de atlasceder en de wilde berberaap.
Tussen ceders en brutale bosbewoners
In de buurt van het stadje Azrou, op een half uur van Ifrane, nemen we een zijweggetje (dat zijn beste tijd heeft gehad) en rijden de cederbossen in met bomen die hoog naar de hemel reiken. De diepe kruidige geur van hout vermengd met die van warme aarde hangt in de lucht. Rondom ons strekt zich het grootste cederbos ter wereld uit waarvan Cèdre Gouraud Forest een klein maar bekend toeristisch gebied is.
En natuurlijk zijn zij er ook: de beroemde - jammer genoeg bedreigde - berberapen. Dit is hun leefgebied en in de uitgestrekte bossen zwerven ze vrij en ongehinderd rond. Ze zitten al langs de kant van de weg te wachten want ze weten perfect dat iedereen hier stopt voor hen. Sommige kijken nieuwsgierig toe, andere huppelen zelfverzekerd tussen de bomen door. De kleintjes zitten gezellig tussen moeders poten, vader houdt de wacht want de zorg voor de apenkindertjes wordt gedeeld. Het is een vrolijke, onverwachte ontmoeting die meteen voor foto’s, gelach en verwondering zorgt. Maar vergeet toch maar niet dat die grappige aapjes met hun gekke capriolen wilde dieren zijn en geen pluchen knuffels. Goeie raad: geef ze geen eten (ook geen nootjes of appels), raak ze niet aan en hou afstand!
Je kan er niet omheen en zelfs midden in de natuur kom je ze tegen: de toeristenkraampjes! Vlakbij de parking trekken ze meteen de aandacht, de pittoreske stalletjes met pinda’s en appels (voor de aapjes), fossielen en mineralen en lokaal berberhandwerk zoals kleine tapijtjes en houtsnijwerk. Streekproducten als berghoning, simpele snacks voor de hongerigen en glaasjes thee voor de dorstigen, heel verleidelijk en het kost weinig of niks voor onze Belgische portemonnee. Lokale gidsen bieden ritjes door de bossen aan op kleurrijk aangeklede ezels en paarden maar wij gaan lopen.
Eerst naar de Cèdre Gourand, de beroemdste atlasceder in het 1.500 ha grote bos die zijn naam kreeg van de Franse generaal Henri Gouraud. Die was compleet onder de indruk van de reusachtige ceder met een hoogte van ongeveer 40 m, een omtrek van zo’n 7 m en een respectabele leeftijd die geschat wordt op ergens tussen 800 en 900 jaar. Maar ook ceders hebben niet het eeuwige leven en in 2003 is de Cèdre Gourand afgestorven. Wij kunnen alleen nog zijn indrukwekkende kale stam bewonderen.
Heel wat gemarkeerde wandel-, fiets – en mountainbikeroutes starten aan de verweerde boomreus en gaan langs makkelijk en meestal onverharde boswegen. Een stevige klim (dit is tenslotte wel de Midden-Atlas) brengt ons dieper het Cèdre Gouraud Forest in, tussen statige atlasceders en grijzige steeneiken, over paden die ons trakteren op een gevarieerd menu van sponzige moskussens, brokkelige keien en zachtverende dennennaalden. Het landschap wisselt tussen dicht, schaduwrijk bos en open plekken waar zonlicht als zilveren draden over lage struiken, grillig gevormde rotsen en zacht golvende hellingen strijkt. Tussen de stammen door vangen we zo nu en dan een glimp op van een strakblauwe hemel, terwijl die typische geur van hars en bosgrond onze neus in zweeft.
Onderweg stoppen we bij een leuke picknickplek vlakbij het Atlas Parc Adventure. Tussen hoge boomstammen, in de stilte van het bos, genieten van ons lunchpakket en van een relaxte pauze. Er wacht echter een bus en een lange rit naar Midelt op ons en met het geritsel van de blaadjes en het geblaat van de schapen als achtergrondmuziek zetten we onze tocht in het cederbos verder.
Na een heerlijke wandeling van 2.30 uur - die best nog een pak langer had mogen duren - arriveren we op een ruime parking aan de N13 waar we een laatste keer verwend worden door een klein ecomuseum, ondeugende aapjes, berberpaarden met fleurige zadeldekken en, ja hoor, souvenirkraampjes.
Weetjes:
* De toegang tot het Cèdre Gourand Forest is gratis.
* Aan de kraampjes kan je enkel met contant geld betalen!
* De verkopers en lokale paardengidsen zijn vrij opdringerig. Vriendelijk en vaak genoeg nee schudden en gewoon doorlopen helpt.
* De berberapen of met de wetenschappelijke naam de Macaca sylvanus zijn de enige apen die in Afrika ten noorden van de Sahara leven. Ze komen voor in het Rif- en Atlasgebergte in Marokko en in Algerije.
* Op sommige stammen van oude ceders zie je merktekens. Die zijn waarschijnlijk achtergelaten door herders of reizigers als een soort van communicatie, als waarschuwing of als wegwijzer.
* Aan het eind van bosweg P7217 is een klein museum ‘Maison de la Cédraie’ voor wie alles wil weten over de flora, de fauna en het ecosysteem van deze cederbossen.
Midelt, de appelstad tussen 2 bergketens
Tegen de tijd dat we Midelt bereiken, hebben we al een overvloed aan onverwachte maar schone dingen bijeen gesprokkeld waardoor deze dag nu al heel speciaal aanvoelt. Het landschap is haast ongemerkt van kleur en van karakter veranderd. De dichte, groene begroeiing heeft plaats gemaakt voor weidse vrijwel lege hoogvlaktes, waar de weg zich als een dun lint doorheen slingert. Aan de horizon verschijnen steeds duidelijker de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. We zien nomadenfamilies en de onmisbare ezeltjes bij eenvoudige tenten, beschut onder stukken plastic. We zien de schapenkuddes op zoek naar hun dagelijkse maaltijd in het rotsachtige grasland. Het is een ruig en eenzaam decor en, ver weg van de drukte van Fès, is dit precies de vredige atmosfeer die we nodig hebben om onze batterijtjes weer op te laden. Misschien daarom de keuze van een hotel met tuin en terras en zwembad buiten het centrum van Midelt.
Het stadje zelf is gelegen op 1.500 m hoogte op de grens van de Midden-Atlas en de Hoge Atlas, in het midden van Marokko. Het levendige bergstadje, waar de enige hoofdstraat een aaneenschakeling van cafés, restaurants en winkels is, kreeg terecht de bijnaam ‘appelhoofdstad’. Een groot deel van de Marokkaanse appels komt immers uit de omliggende boomgaarden en dat maken ze de toeristen wel erg duidelijk op de 3 ronde punten die de stad rijk is met een groen, een geel en een rood appelstandbeeld.
Twee appeldorpjes met een glimlach
De volgende dag is een vrije dag en wie zin heeft kan een daguitstap maken naar de Cirque de Jaafar bij de Jbel Ayachi, met zijn hoogte van 3.737 m meteen de hoogste bergtop in de omgeving.
Voor wie het rustig aan wil doen zonder steile wandelpaden tussen loodrechte rotswanden heeft onze gids Youssef een verrassing geregeld. Na een paar telefoontjes - ons kent ons in Marokko – neemt hij de niet-bergwandelaars mee naar Ait Ghighouch en Ait Oumghar, 2 berber-/appeldorpjes in de buurt van Midelt aan de Moulouya rivier. Hier draaien de wijzers van de klok op het ritme van de boomgaarden en is het leven eenvoudig, met vriendelijke gezichten, stoffige straatjes en bergen op de achtergrond. Je proeft hier niet alleen fruit, je proeft ook het kalme ritme van het platteland.
Een lokale gids wacht ons op aan de rand van dorpje nummer 1 en te voet trekken we over smalle paadjes door de appelvallei. Auto’s komen we niet tegen, wel de heerlijke geur van bloesems in het prachtige kader van verre besneeuwde bergtoppen.
Tijdens de wandeling vertelt de gids uitgebreid over de appelteelt. In deze streek groeien vooral Golden Delicious en Red Delicious. We leren hoe de bomen water krijgen, wanneer de appels worden geplukt en hoe de oogst daarna wordt opgeslagen en verkocht. Soms verdwijnen de appels eerst in gekoelde opslagplaatsen, in afwachting van een gunstige prijs. In een goed jaar, met veel bloesems en voldoende water, wordt de oogst zelfs al verkocht terwijl de appels nog aan de bomen hangen. De koper neemt dan de pluk, de opslag en verdere verkoop voor zijn rekening. Gebeurt dat niet, dan houdt iemand uit het dorp de marktprijzen nauwlettend in de gaten om op het beste moment te verkopen.
Water is bij de productie van appels van levensbelang. De boomgaarden worden bevloeid met water uit de bergen en de rivier, verdeeld via een netwerk van kleine kanaaltjes. Een dorpsverantwoordelijke beheert het systeem en bepaalt welke kanaaltjes open en dicht worden gezet en wanneer er moet uitgebaggerd en schoongemaakt worden.
De laatste jaren heeft men in de appelvallei een unieke balans gevonden tussen moderne middelen en eeuwenoude tradities. Koeltechniek staat hier zonder veel gedoe naast gedroogde bussels snoeihout van de appelbomen, want hier gaat niets verloren. Net als vroeger worden de takjes en takken verzameld op een centrale plaats in de dorpjes en dienen als brandstof voor de broodovens en de hammams. In het tweede dorp worden kleding, tapijten en dekens nog altijd aan het openbare wasbekken gewassen. In het eerste dorp staat het bassin er nog, maar wordt het niet meer gebruikt omdat de waterput opgedroogd is.
Opvallend is dat mensen opnieuw naar deze dorpen terugkeren. Huizen worden opgeknapt en naast de boomgaarden verschijnen weer moestuintjes en kleine kuddes schapen. Het plattelandsleven lijkt hier stilaan een nieuwe adem te vinden. Want zoals de gids zegt, de dorpen kunnen nog steeds goed leven van de appels, ondanks een aantal droge jaren met minder opbrengst. En ‘goed leven’, lieve lezer, is niet het goede leven naar onze maatstaven met een auto voor de deur en een mooi huis met tuin maar het goede leven volgens Berberse waarden met geloof, familie en gemeenschap als basis en dat kan perfect langs zanderige straatjes en in kleine huisjes gemaakt van leem en stro en riet en bamboe die vertellen hoe het leven hier een eenvoudige en natuurlijke oplossing zoekt en vindt die perfect in het landschap past.
Voor de dagelijkse boodschappen is er een piepklein winkeltje met precies dat wat nodig is: olie, melk, frisdrank en schoonmaakproducten. Meer hoeft dat hier blijkbaar niet te zijn. Er is elektriciteit en stromend water en de kinderen gaan naar de dorpsschool, een vrolijk gebouw geschilderd in snoepkleuren.
Overal worden we begroet door vriendelijke, nieuwsgierige en bijzonder praatgrage inwoners. De afwas droogt in de zon, ezeltjes vervoeren bussels snoeihout, ooievaars zitten op hun nest, zoete bloesemgeur en zachte dorpsgeluiden zweven door de stille vallei en het magnifiek uitzicht op de besneeuwde bergen vertelt wat een heerlijke plek dit is om even alle haast te vergeten.
Terug in het hotel merken we dat de was die we in de olijfboompjes hadden gehangen niet droog maar kletsnat is, te laat gemerkt dat de tuinman van het hotel de sproeiers rond de boompjes had aangezet!
Een dag vol contrasten
Wat deze 2 dagen zo bijzonder maakte, is de afwisseling. In één dag reis je van het levendige Fès naar het alpine Ifrane en ga je van mysterieuze cederbossen naar appelvelden en bergdorpen. Het is een traject dat vraagt om traag want net onderweg — bij een stop langs de weg of een blik uit het raam — zit de charme van dit deel van Marokko.
Praktische info
🌎Reis georganiseerd door reisorganisatie 'Koning Aap' (https://koningaap.be/)
🚐 Vervoer ter plaatse met minibus en chauffeur van 'New Express Maroc Tours' - Agadir
🏁 Afstand Fès tot Midelt met tussenstops in Ifrane en het Cèdre Gourand Forest: +/- 220 km via N8 en N13
🛌 Overnachting in Midelt in Hotel Taddart – Rue de Meknès, N13 (traditionele Marokkaans stijl zowel voor de buitenkant als voor het interieur – kamers met terras grenzend aan de tuin met zwembad
🍽 Koffiestop in Ifrane: Green Café (Rue de la Cascade – tegenover de Poste Maroc - Al Barid Bank) – verwacht je aan prijzen op z’n Zwitsers m.a.w. een cappuccino kost hier 10 MAD x 3!
🍽 Lunch: picknick in het cederbos (in de buurt van het Atlas Adventure Park aan bosweg P7217 is een ruime picknickplaats) – met dank aan onze gids Youssef die voor een uitgebreide lunch (slaatje – brood – kipgerechtje) heeft gezorgd met sappige aardbeien als dessert
🍽 Diner in Midelt bij een lokale familie met alweer zo’n lekkere tajine en plezierige maar ook interessante babbels o.a. over vrouwencoöperaties - in dit geval de Coopérative Andaz Nouska - die ervoor zorgen dat vrouwen op het platteland eerlijk betaald krijgen voor hun handgemaakte producten waardoor een zekere mate van financiële onafhankelijkheid gecreëerd wordt en tegelijkertijd worden er lees- en schrijflessen, kunnen er opleidingen gevolgd worden en gaan die magnifieke eeuwenoude ambachten niet verloren.
Reactie plaatsen
Reacties