Marokko - dag 7 | Meknès & Volubilis: tussen koninklijke pracht en Romeinse ruïnes.

Gepubliceerd op 16 april 2026 om 16:01

Met Fès nog als een warme herinnering in ons hoofd, rijden we onder een strakblauwe hemel naar koningsstad nummer 3: Mèknes, minder bekend dan Rabat en Marrakech, overschaduwd door belangrijke buur Fès maar historisch en cultureel gezien is de kleinste koningsstad zeker zo belangrijk.

De busrit duurt iets meer dan een uur maar is wel heerlijk afwisselend: na de drukte van Fès schuift het landschap open in de schilderachtige Saïss-vlakte met zachte heuvels, graanvelden, olijfbomen en kleine dorpen. Onderweg delen we de baan met bestelwagens, taxi’s, brommers, vrachtwagens en af en toe een ezelskar, waardoor het verkeer typisch Marokkaans, levendig en op ’t gemak aanvoelt.

 

MEKNÈS

Een zachte landing in een koninklijke stad

Bij het binnenrijden van Mèknes valt meteen de ruime en rustige sfeer op: brede lanen, imposante muren en opmerkelijke poorten kondigen een ooit koninklijke hoofdstad aan. Nochtans was Meknès tot de 17e eeuw niet veel meer dan een verzameling dorpjes van de Meknassa-stam, Berbers die zich in de 10e eeuw vestigden in het waterrijke en vruchtbare gebied tussen het Rifgebergte en het Midden-Atlasgebergte. Een eeuw later bouwden de Almoraviden er een militaire nederzetting waarrond een ommuurd en behoorlijk welvarend stadje ontstond met moskeeën en medersa’s.

Toch moest Meknès nog tot de 17e eeuw geduldig wachten om tot koninklijke hoofdstad gekozen te worden. Dat was de verdienste van sultan Moulay Ismaïl die de stad haar grootse uitstraling gaf met een gigantisch paleizencomplex en versterkte stadsmuren met zo’n 20 monumentale toegangspoorten. Al die pracht zorgde er in 1996 voor dat Meknès terecht UNESCO Werelderfgoed werd.

Weetje:

* Sultan Moulay Ismaïl behoorde tot de Alaoui-dynastie, een dynastie die sinds 1666 onafgebroken over Marokko regeert en waar ook de huidige Marokkaanse koning deel van uitmaakt.

 

Bab Moulay Ismaïl

Wie Meknès bezoekt, kan bijna niet om Bab Moulay Ismaïl heen. Deze indrukwekkende stadspoort, met versiering in blauwe zelligetegels, krachtige bogen en perfecte symmetrie, is één van de vele fotogenieke plekken van de stad. Ze weerspiegelt de ambitie van een sultan die vandaag 392 kaarsjes op z’n verjaardagstaart zou mogen uitblazen. Ze leidt de bezoeker binnen in een wereld van macht en pracht en overbrugt 400 jaar geschiedenis in een paar stappen.

 

Mausoleum Moulay Ismaïl

Aan de overkant van de Bab Moulay Ismaïl ligt een bijzonder monument: het mausoleum van Moulay Ismaïl. Na de stadsmuren en de grote stadspoort, stap je hier een verhaal binnen van stille ingetogenheid, rijkelijke architectuur, vakmanschap en historische belangrijkheid.

Een prachtige houten poort met kunstig bewerkte ombouw en groene pannenluifel geeft toegang tot een aantal eenvoudige binnenplaatsen, een grote vierkante zaal en een open binnenhof met fontein. Langs schitterende tegelvloeren, traditionele mozaïeken, fijn stucwerk en plafonds in bewerkt en beschilderd cederhout kom je dichter bij de eigenlijke grafkamer, de laatste rustplaats van een sultan die zijn eigen mausoleum liet bouwen meer dan 20 jaar voor zijn dood.

Niet alleen Moulay Ismaïl ligt hier begraven, ook zijn vrouw en 2 van zijn zonen. Bijzonder is dat dit één van de weinige religieuze monumenten in Marokko is waar ook niet-moslims welkom zijn, al blijft de eigenlijke grafkamer zelf een heilige plek.

De rustige sfeer in het mausoleum bewijst nog maar eens dat een bezienswaardigheid ook op een stille manier kan opvallen.

Weetjes:

* Van sultan Moulay Ismaïl wordt gezegd dat hij meer dan 500 haremvrouwen en meer dan 1.000 kinderen had.  

* Hij liet het ‘nieuwe’ Meknès bouwen door duizenden slaven en was volgens de overlevering een oorlogszuchtige en bloeddorstige man die er echter wel in slaagde om vreemde indringers buiten te houden.

* In de jaren 50 werd het mausoleum gerestaureerd op initiatief van koning Mohammed V.

* Zelligetegels hebben allemaal een naam afhankelijk van de vorm. De kleur wordt gemaakt met biologische producten zoals granaatappels of eiwit of cederhout.

 

Bab Mansour

Meknès geeft haar geheimen slechts mondjesmaat prijs. Wandel je verder, dan sta je plots oog in oog met hét pronkstuk van de stad: Bab Mansour, een van de beroemdste stadspoorten van Noord-Afrika. De poort werd in opdracht van sultan Moulay Ismaïl gebouwd en in 1732 voltooid door zijn zoon Moulay Abdallah.

Bab Mansour is allesbehalve een bescheiden bouwwerk. Met haar enorme hoefijzerboog, sierlijke Arabische kalligrafie, decoratief stucwerk en een overvloed aan groene, blauwe en witte zelligetegels lijkt ze meer op een feestelijke gevel dan op een toegangspoort die trouwens potdicht is en waar je niet door kan lopen. Zelfs de witte marmeren zuilen hebben een verhaal: die blijken afkomstig te zijn uit het Romeinse Volubilis, waardoor oud en nieuw Marokko hier letterlijk tegen elkaar aanleunen.

Bab Mansour loop je dus niet zomaar voorbij. Je wordt als het ware gedwongen om stil te staan, omhoog te kijken en te denken: ja hoor, Meknès wou hier duidelijk indruk maken!

 

[foto wikipedia]

Place el-Hedim

Vlak tegenover Bab Mansour opent Place el-Hedim als een levendig toneel waar Meknès zich zonder veel decor laat zien. Onder sultan Moulay Ismaïl vonden hier de publieke executies plaats. Nu slenteren families, gidsen, verkopers en nieuwsgierige toeristen er door elkaar, terwijl terrassen uitnodigen om te genieten van een mierzoete thee of een gekruide koffie. Boeiend zonder dat je overspoeld wordt, net genoeg geroezemoes om het gezellig te houden. Handkarren trekken voorbij, kraampjes verkopen alles en niets en rode zonneparasols boven speelgoedjes en zonnebrillen en tasjes zorgen voor een cirkeltje schaduw. Aan de rand van de Place el-Hedim wacht een kleine lichtblauwe ‘petit taxi’ geduldig op klanten.

Tussen al dat pleinleven duiken ook de traditionele waterverkopers op, in een opvallende felrode djellaba  met een strooien hoed op die propvol kleurige pomponnetjes en kwastjes hangt. De koperen bekers en bellen die ze bij hebben, laten een vrolijk gerinkel horen. Ooit waren ze onmisbaar in de stad, in een tijd toen openbare fonteinen schaars waren. Tegen een kleine vergoeding voorzagen zij de voorbijgangers van fris drinkwater uit hun leren waterzakken. Vandaag zijn ze vooral een stukje cultureel erfgoed: een beetje folklore, een beetje een fotomoment en een beetje extra sfeer.

Toch voelt het alsof de stad hier van toon verandert: van koninklijke chique naar het alledaagse leven op een groot plein omringd door historische stadsmuren en moderne gebouwen.

 

Medina

Vanaf het plein glij je bijna vanzelf de medina in, waar smalle straatjes langs kleine winkels kronkelen. Geurende kruiden, stapels olijven, keramiek, textiel en blinkend metaalwerk willen tegelijk je aandacht. Minder hectisch en kleiner dan die van Fès - je kan er kijken zonder omvergelopen te worden door ezels of handkarren – maar ook hier wacht achter elke bocht iets dat blijft hangen: schimmige werkplaatsen, een oude meisjesschool uit de vorige eeuw, magnifieke openbare fonteinen, betoverende deuren en inkompoorten, de bibliotheek van de Grote Moskee, het als vrouwenhospice gebruikte Dar Chrifat (vroeger een psychiatrisch ziekenhuis), een verkoper die geduldig zijn waren schikt, of een doorkijkje waar het zonlicht precies goed op de muren valt. Verdwaal je even dan is dat hier geen probleem maar eigenlijk gewoon deel van de charme.

 

Heri es-Souani (Koninklijke Graanopslag) en Agdal Bassin

Net buiten het oude centrum van Meknès wacht met Heri es-Souani en het Agdal Bassin nog zo’n typisch stukje grootheidswaanzin van sultan Moulay Ismaïl, maar dan eentje van de praktische soort. In de 17e eeuw liet hij hier geen paleis bouwen om mee te pronken, maar een slim voorraad- en watersysteem om zijn koningsstad draaiende te houden. Achter de zware muren van de Graanopslag (Heri es-Souani) lagen enorme ruimtes waar graan koel en droog bewaard werd terwijl de waterreserves in het Waterhuis via norias of waterraderen en ondergrondse kanalen naar paleizen, tuinen, moskeeën en badhuizen vloeiden. Het naastgelegen Sahrij Swani, beter bekend als het Agdal Bassin, was tegelijk noodreserve bij droogte of belegering en misschien was het ook wel een speelvijver voor de vele vrouwen en kinderen van de sultan! Vandaag resten er van het ambitieuze plan van de sultan enkel wat verweerde bogen, stille muren, water dat de ruïnes weerspiegelt en het besef dat Meknès niet alleen fantastisch maar ook bijzonder doordacht gebouwd was.

Weetje:

* Aan de zijkant van het Agdal Bassin zie je de gebouwen van de ‘École d’Horticulture’ waar elk jaar de ‘Salon International de l’Agriculture au Maroc’ (SIAM) plaatsvindt.

 

VOLUBILIS   

 

 Romeinse geschiedenis tussen de olijfbomen

We laten de sultan en zijn megaprojecten achter in koningsstad Meknès en na een simpele maar lekkere lunch rijden we zo’n 30 km verder naar het noorden. Daar ligt Volubilis, een plek waar je de geschiedenis haast kan aanraken. Aan de voet van de Jbel Zerhoun, ingesloten door de riviertjes Oued Khoumane en Oued Fertassa, verscholen tussen groene heuvels, akkers, olijf- en amandelbomen rijzen Romeinse zuilen, bogen en mozaïekvloeren op uit het landschap.

Langs olijfbomen op een rijtje en ranke Italiaanse cipressen, bloemenweiden als tapijtjes vol gele kamille en overhangende takken van een mimosastruik met heldergele bolletjes en spitse groene blaadjes, lopen we richting de best bewaarde ruïnes van een Romeinse nederzetting in Marokko. Hoe interessant is dit! Altijd al een zwak gehad voor die Romeinen!

Begeleid door de deskundige uitleg van de gids, leren we dat Volubilis (of met de Berbernaam Oualili of Walili) al in de 3e eeuw v. C. gesticht werd, waarschijnlijk oorspronkelijk een Berbernederzetting, later door de Carthagenen verder uitgebouwd. Volubilis werd de hoofdstad van het koninkrijk Mauretania en groeide onder de Romeinen uit tot een belangrijke buitenpost in Noord-Afrika. Van simpele nederzetting naar rijke stad met een stadsmuur, een centrum met pleinen en werkplaatsen, een forum, een basilica, een capitool, triomfbogen en chique huizen, en dat allemaal dankzij olijfolie, graan, rivierwater en handel in wilde dieren voor de beroemde Romeinse arenagevechten.   

Na de Romeinen, die Volubilis in de 3e eeuw n. C. verlieten, kwamen de christenen, de joden en de Grieken en tenslotte in de 8e eeuw ook nog de islamieten die Volubilis onder het bestuur van Moulay Idriss I als hoofdstad kozen. De aardbeving van 1755 maakte een abrupt einde aan de ooit zo bloeiende stad. Volubilis werd een ruïne waarvan de stenen en zuilen goedkoop bouwmateriaal leverden aan Moulay Ismaïls plannen voor Meknès.

Pas in 1915 werd begonnen met de eerste archeologische opgravingen en slechts de helft van de antieke stad is blootgelegd. Er ligt waarschijnlijk nog heel wat verborgen onder de grond.

Omwille van de historische en culturele waarde werd Volubilis in 1997 opgenomen in de UNESCO Werelderfgoedlijst.  

 

✓ Een openluchtmuseum zonder muren

Volubilis voelt niet als een klassiek museum maar als een wandeling door een antiek stadsplan dat nog best herkenbaar is. Je loopt over oude straten en langs publieke baden en aquaducten, ziet waar openbare gebouwen stonden en stapt binnen in huizen waar kleurrijke mozaïeken nog altijd scènes uit een verdwenen wereld tonen.

De rondleiding (met gids) over de site begint aan het bezoekerscentrum (met souvenirshop, klein museum en cafetaria). Een slingerend gravelpad brengt je langs de restanten van Romeinse huizen, langs een reservoir met pistachegroen water en een riviertje dat tussen het riet verdwijnt. Onderweg naar het eerste grote monument ontdek je een wonderlijk landschap, waar een herder en zijn volgepakte ezel niet ontbreken en waar de ruïnes van de antieke stadsmuur en wat overblijft van de tumulus of de wachttoren je meevoeren naar het hoogste punt van de site op 406 m.

 

Klaar om binnen te stappen in de wereld van tunica’s, toga’s, stola’s en Romeinse sandalen?

Deze schoonheden mag je absoluut niet missen!

* BASILICA

De basilica van Volubilis is zo’n plek waar je efkes vergeet adem te halen. Overweldigend is exact het goeie woord! Stevige zuilen en verweerde stenen laten nog perfect zien hoe belangrijk dit gebouw ooit was: hier werd recht gesproken en zaken geregeld en met een beetje verbeelding kan je de Romeinse toga’s bijna horen ritselen.

 

* FORUM & CAPITOOL

Het forum was het kloppend hart van Volubilis: een plein waar mensen samenkwamen, waar het dagelijkse stadsleven zich afspeelde, waar gebabbeld werd over belangrijke en over kleine nieuwtjes. Een beetje de Romeinse versie van ons marktplein!

Aan het eind van het forum lag het letterlijke en figuurlijke middelpunt van Volubilis: het capitool. Hier vereerden de Romeinen hun belangrijkste goden, Jupiter en Juno en Minerva. Vandaag blijven vooral trappen, zuilen en verbeelding over, maar zelfs dat is genoeg om te voelen dat dit ooit een plek met een verheven status was.

 

* MOZAÏEKEN

De bijzonder goed bewaard gebleven mozaïekvloeren van Volubilis zijn ware kunstwerken en liggen nog steeds op hun originele plaats in de ruïnes van de chique Romeinse villa’s. Tussen de stenen duiken goden, dieren, mythische verhalen en alledaagse taferelen op. Sommige kleuren zijn nog verrassend fris en de details zijn zo levendig dat je bijna vergeet dat je gewoon buiten staat, tussen zon, stof en olijfbomen. Dit zijn geen gewone vloeren, dit zijn schilderijtjes, gelegd in duizenden steentjes.

De mooiste vind je in het Huis van Orpheus, het Huis van de Efebe en het Huis van de Acrobaat.

 

* TRIOMFBOOG VAN CARACALLA & DECUMANUS MAXIMUS

De triomfboog van Caracalla, aan het begin van de decumanus maximus is duidelijk gebouwd om te imponeren en dat lukt nog altijd. Hij staat daar fier overeind, alsof hij elk moment een Romeinse stoet verwacht met paarden, vaandels en veel tromgeroffel. Zelfs zonder spektakel eromheen blijft het een van de meest iconische plekken van Volubilis.

De decumanus maximus was de hoofdtraat van Volubilis, de Romeinse hoofdader waarlangs het leven voorbijtrok. Stel je karren, voeten in sandalen en haastige stadsbewoners voor, allemaal onderweg tussen huizen, winkels, pleinen en openbare gebouwen. Vandaag wandel je er rustig overheen maar ergens tussen de stenen hoor je nog het gefluister: hier gebeurde het allemaal.

 

En dat is nog niet alles. Er is het ‘Huis met de Zuilen’, de thermale baden, de openbare toiletten (neem dat maar letterlijk want de beste Romeinen zaten te kijk voor de ganse buurt!), een oliepers, een fontein en bogen en poorten. Je kan hier uren rondslenteren tussen wat de ene waarschijnlijk een hoop oude stenen vindt en de andere een onvergetelijke ervaring!

 

Slechts 4 km van Volubilis verwijderd, ligt het laatste punt op onze reisagenda – de heilige stad Moulay Idriss, gebouwd tussen de heuvels van het Zerhounmassief en elk jaar in augustus het toneel van een religieus festival waar duizenden moslim-pelgrims aan deelnemen. Omwille van een druk avondprogramma is er jammer genoeg niet voldoende tijd om het witte stadje rond het graf van Moulay Idriss I te bezoeken en we stellen ons tevreden met een fotostop op een geweldig uitkijkpunt.

Dat avondprogramma willen we voor geen goud missen. We zeggen volmondig ja tegen een etentje bij een lokale familie in Fès. Stel je voor: zoete muntthee met koekjes in de living, lekkere hapjes en soep en tajine in de eetkamer, overgoten met vrolijke maar ook met interessante babbels. Voor sfeer en gezelligheid krijgt deze avond een dikke 10.

Deze dag is er duidelijk eentje om in te kaderen!

 

Praktische info

🌎Reis georganiseerd door reisorganisatie 'Koning Aap' (https://koningaap.be/)

🚐 Vervoer ter plaatse met minibus en chauffeur van 'New Express Maroc Tours' - Agadir  

🏁 Afstand Chefchaouen tot Fès via A5, N1 en N13: +/- 250 km 

🛌 Overnachting in Fès in Hotel Splendid – 9, Rue Abdelkrim el Khattabi  (eenvoudig en functioneel, praktisch gelegen dichtbij het centrum, met een Marjane Market supermarkt en restaurants op loopafstand – parking voor de deur – patio met buitenzwembad (alleen het water ontbreekt) -  eenvoudig Marokkaans ontbijtbuffet.

🍽 Lunch in Restaurant Lahboul Tafilalet (N, 55 Bis Avenue Lahboul, Meknès) – voor een lekker harira soepje en een lemon juice in een clean decor met kleurrijke stoelen en Marokkaanse zitbanken.

🍽 Diner in Fès bij een lokale familie

📌 Bab Moulay Ismaïl: Avenue Bab Marrah

📌 Mausoleum Moulay Ismaïl: Avenue Bab Marrah – gelegen binnen de historische stadsmuren en bereikbaar via het el-Hedime plein. Inkom gratis.

📌 Bab Mansour en Place el-Hedim : Rue Dar Smen 

📌Medina: Rue Karmouni en Rue des Souks zijn 2 belangrijke straten

📌 Heri es-Souani (Koninklijke Graanopslag) en Agdal Basin: zijstraat van Boulevard Abdellah Chefchaouni

📌Volubilis: Route de Volubilis (afrit van de N13) - inkom (zonder gids) 100 MAD (ongeveer 10 €) – parking en toiletten aan het bezoekerscentrum – drank- & snackkraampje met terras – klein museum – toegang niet overal mogelijk voor rolstoelgebruikers en ook beperkt voor wie minder mobiel is

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.