Pieterpad | Dag 13: van Sittard naar Valkenburg - etappe 25.

Gepubliceerd op 22 september 2025 om 16:39

Vandaag nemen we je mee op de voorlaatste etappe van ons Pieterpad-avontuur. Nummer 25, van Sittard naar Valkenburg, is een route die niet alleen onze wandelbenen uitdaagt maar ook op onze glimlachspieren werkt. We krijgen Limburg op z’n best te zien: glooiende heuvels, gekke plaatsnamen, verrassende uitzichten, eeuwenoude kapelletjes, vakwerkdorpen en het hoogst gelegen punt van het Pieterpad. Het belooft een bijzondere tocht te worden, eentje om nooit meer te vergeten.

Een nieuwe ochtend, een nieuwe stapdag. Buiten het raam een frisblauwe lucht versierd met ijle wolken als witte spaghettislierten, binnen een schamel ontbijt van yoghurt, een granensnack en een proteïnedrankje (het kan niet elke dag feest zijn!). Het weerbericht voorspelt een frisse, halfbewolkte dag en temperaturen tot max. 16 graden. We hadden het niet beter kunnen wensen.

Na 13 dagen onderweg is ‘rugzak inpakken en klaarmaken’ een koud kunstje en zo zachtjesaan mogen we onszelf rekenen tot het selecte groepje van geroutineerde trekkers. Nu alleen nog die rugzak op een elegante manier op de rug krijgen!

Centrum Sittard op een vroege maandagochtend, schoolgaande jeugd op weg naar de les, een cafébaas die stoelen en tafeltjes buitenzet, een straatveegmachine die de resten van de zondagavond laat verdwijnen, een koerierdienst die zijn adressenlijst afwerkt, lege terrasjes op de Markt, 2 wandelaars in de Putstraat (wij) en geen wit-rode Pieterpad-markering te bespeuren. Die vinden we pas bij de verkeerslichten aan het eind van de Putstraat waar we rechtdoor, de Kollenberg ingestuurd worden.  

 

De Kollenberg: een klim omgeven door lokale legendes

Zo staan we op de Markt van Sittard, zo staan we in het Limburgse groen. Haast naadloos sluit de natuur hier aan bij de stad in de vorm van een heuvel en een natuurgebied met een naam die volgens een legende afgeleid is van toverheks of toverkol: de Kollenberg.

Dat ‘bergje’ is net zo’n klassieker als onze Kemmelberg. Met een hoogte van 104 m, een lengte van 454 m en een stijgingspercentage dat van 7,8 % naar 15 % gaat in de laatste 100 m, is de Kollenberg geliefd bij fietsers en wandelaars. In de jaren 70 reden Joop Zoetemelk en Eddy Merckx hier een wielercriterium voor profs. Wij moeten het zonder profbenen stellen en dat zullen we geweten hebben want amper 10 minuten na ons vertrek trakteert etappe 25 ons al op een pittige klim met een religieus kantje.

We passeren de eerste van 7 wegkapelletjes of voetvallen zoals ze genoemd worden. Gebouwd tussen 1902 en 1925 heeft elk kapelletje, in een nis achter tralies, een stenen voorstelling van de katholieke kruisweg en het lijden van Jezus. Een opfrissing van lang vervlogen bijbellesjes! In een sfeer van bezinning puffen we ons een weg naar boven, onder het bladerdek van de bomen die hun schaduw werpen op de Kollenberg (de weg), een van de vele holle wegen in deze streek, uitgesleten door regenwater, erosie en eeuwenlang gebruik. Heel apart, wandelen tussen 2 hoge beboste hellingen.

We komen langs een soort van Lourdesgrot met een paar beelden die de ‘Hof van Olijven’ symboliseren (met wat fantasie) en bereiken even later het hoogste punt van Sittard waar de historische Sint-Rosakapel letterlijk staat te blinken te midden van zomerbloeiers en donkergroene klimop. De kapel dateert van de 17e eeuw en werd gebouwd ter ere van Rosa van Lima, de beschermheilige van Sittard, die de stad in 1668 bevrijdde van een pestepidemie. Sinds die datum gaat er elk jaar in augustus een processie uit op de Kollenberg, als dank aan Santa Rosa uit het verre Peru.  

De asfaltweg wordt een grindweg en de bomen maken plaats voor een open landschap: het Limburgs plateau met zijn uitgestrekte akkers, weidse vergezichten en herfstkleuren die zich voorzichtig mengen met nog warme zomertinten. Een bordje vertelt ons dat dit het (beschermde) woon- en leefgebied is van de Europese veldhamster, de korenwolf. Het kleine diertje, dat alleen voorkomt in Zuid-Limburg, is een avond- en nachtdier en je krijgt het zelden te zien. Het verschuilt zich in graanvelden en bouwt ondergrondse burchten in de zijkanten van de holle wegen. Ons korenwolfje was met uitsterven bedreigd maar dankzij een fokprogramma zijn ze nu met ongeveer 1.200 en laat nu net het Pieterpad op de Kollenberg dwars door zo’n korenwolfgebied lopen!

Weetje 1: De Kollenberg had een figurantenrol in de eerste Flodderfilm.

Weetje 2: De Sint-Rosakapel is een beschermd rijksmonument.

Weetje 3: Niet altijd had de Sint-Rosakapel een godsvruchtig aura. In de 18e eeuw diende ze als ontmoetingsplaats voor de bokkenrijders, een roversbende die actief was in Midden-Limburg. Waarheid of lokale legende? Wie zal het zeggen!

 

Watersley: een sportieve sfeer in een oud kloostergebouw

Via een paar ellenlange akkerwegen dalen we het plateau af om naast een streepje bos uit te komen bij Huis Watersley. Het imposante gebouw begint zijn geschiedenis in de 18e eeuw als jachtslot en buitenverblijf van een adellijke familie. Een eeuw later wordt Watersley verbouwd tot een klooster en een onderwijsinstelling met 3 extra verdiepingen en een kapel. In de 20e eeuw vinden we Watersley terug als een zorginstelling voor mensen met een mentale beperking. Vandaag is Watersley een sportief paradijs, een campus met studios en hotel voor nationale en internationale topsporters onder de naam ‘Watersley Sports & Talentpark’.

Tegenover het kasteelachtige complex ligt, heel bescheiden, een witte vierkantshoeve. Het Watersleyhof is al sinds de 16e eeuw een werkend landbouwbedrijf dat ooit tot het jachtslot behoorde. Zowel het grote als het kleine Watersley zijn geklasseerde rijksmonumenten.

Overal zie je wielrenners en hardlopers die stiekem hopen op een olympische gouden medaille. Het geeft het geheel iets aparts, die mix van sport en natuur en eeuwenoude gebouwen.

 

Windraak: minidorp met mirakelwater

Na Watersley is het weer klimmen geblazen over een stijgende asfaltweg die je bijna verplicht om achterom te kijken. In de verte komt de kapel van Watersley net piepen tussen de bomen. Hogerop is enkel de torenspits nog zichtbaar, als een slanke pijl in de blauwe lucht. Glooiende akkers, zonnebloemvelden en weiden maken het beeld compleet.

Op de top van de heuvel staan we opeens in Windraak, een minidorpje met een handvol huizen waar het stevig waait omdat het midden op de Windrakerberg ligt. Het dorpje staat bekend om het geneeskrachtige water dat wandelaars en pieterpadders hier kunnen drinken bij een ouderwets kraantje, bewaakt door een ludiek spreukenbankje. Geen mirakelwater voor iedereen die hier vandaag voorbij wandelt, het kraantje is spoorloos. Onze waterzak brengt echter voldoende afkoeling en een snelle snack geeft nieuwe energie om verder te trekken.

Voorbij het klooster van de ‘Liefdezusters van het Kostbaar Bloed’ (een verbouwde boerderij met de naam Huize Seraphina’), de drukke verkeersweg over en het pittoreske straatje ‘Windraak’ in met op nummer 20A een zeldzame Pieterpad-snackplaats. De bebouwde kom uit, een parkeerterrein op en de bordjes ‘Wanenberg’ en ‘Heemtuin’ leiden ons naar een volgend kijkpunt.  

 

De Wanenberg: holle wegen en een Heemtuin

Bovenop de Wanenberg zien we Limburg liggen als een groen patchworktapijt. Uitzichten om “u” tegen te zeggen en dat met een paar stappen naar omhoog. Of eigenlijk, heel wat omhoog door een landschap in laagjes met steile trappen op en steile trappen af, langs paadjes van 1 voet breed en langs houten bosdieren, door hellingbossen en holle wegen en over de steile bosrand van de Wanenberg. In de buurt van de Heemtuin meldt geroezemoes achter ons de aankomst van een buslading scholieren, meer geïnteresseerd in hun witte sneakers en hun kapsel dan in de uitleg van de leraar. Gelukkig slaan ze op een bepaald moment linksaf en mogen wij rechtsaf.

 

Puth: dorpse charme aan een Romeinse handelsweg

Effe verlost van de uitdagende weggetjes gaan we rechtdoor over een asfaltbaantje richting Puth. Dit dorpje lag ooit aan een oude Romeinse handelsweg naar Maastricht en dankt zijn naam aan 2 diepe waterputten: de Onderste Puth en de Bovenste Puth.

Onderweg nemen we een foto van grazende schaapjes op een helling, genieten van de vergezichten over het Plateau van Doenrade en claimen een bankje tussen 2 bomen voor we Puth binnenwandelen. Het woord ‘charmant’ is vast en zeker bedacht voor dit idyllische plekje. Langs de bochtige dorpsstraat liggen witte vakwerkhuizen, de vensterbanken versierd met rode geraniums. Genesteld in het groen zorgen oude boerenhuisjes en landelijke schuren voor een picture perfect plaatje.  

We verlaten Puth en de (duidelijk landelijke) Koolweg en Slakweg voert ons door de bossen naar het Geleenbeekdal met een nieuw kijkpunt.  

 

Kasteel Terborgh: historie en fantasie

Geen echt kasteel maar een 17e-eeuwse kasteelhoeve met een gracht errond en een molenhuis. Waarschijnlijk is Kasteel Terborgh een van de oudste burchten in Nederlands Limburg want al in de Romeinse tijd was er sprake van een burgus of wachttoren. In de 18e eeuw werd het kasteel gebruikt als rechtbank en gevangenis voor o.a. de gevreesde bokkenrijdersbende. Nu kan je er smullen van koffie en echte Limburgse vlaai of overnachten in een van de vakantie-appartementen of je boekt een suite, een kapel of een kamer in het hostel.

We nemen een lekkerlopend pad langs het kasteeldomein en mogen dan het Stammenderbos in met zijn stevige beukenbomen en, voor het eerst op deze route, eindelijk weer paddenstoelen.

We kruisen een laatste keer de Geleenbeek die vrolijk verder kabbelt en arriveren in Spaubeek. Voor heel even zijn we terug in de lawaaierige wereld met een station en een spoorweg en een onverhard pad naast de snelweg.  

 

De Grubbe: een verborgen parel

De Grubbe is een mini-vallei gevormd door de Diependaalse Weg, een holle weg met links en rechts de steile beboste hellingen van het Hellingbos Diependaal. Bomen klampen zich haast wanhopig vast aan de zijkanten en zorgen voor veel beschutting, weinig wind en een fikse vochtigheid. Omdat het weggetje flink stijgt, af en toe diep is uitgesleten als een karrespoor, zou je bijna langs dit merkwaardige natuurverschijnsel wandelen zonder te merken hoe schoon het is. Deze verborgen parels maken dit traject extra bijzonder.

 

De Hoogvlakte van Spaubeek: weidse uitzichten

Na al dat klimmen kunnen we op de Hoogvlakte van Spaubeek uitblazen en eens goed diep ademhalen. Donkere laaghangende wolken scheppen een dramatisch beeld van dit eindeloos vlakke landschap, alleen onderbroken door het bordje ‘Modelvliegsport’. De vergezichten zijn spectaculair, de kleuren onwerkelijk in een afwisseling van zon en schaduw, de stilte oorverdovend. Het kriebelt om keihard te roepen en te schreeuwen. Niemand zou het horen, alleen de vogels zouden schrikken.

Waar de akkers en de zanderige landbouwweg eindigen, staan we op de Maastrichterweg bewonderend te kijken naar een prachtig monument en dat is niet overdreven want het Nieuwhuis (of Nieuwenhuis) is ook écht een rijksmonument. De historische hoeve van baksteenlagen afgewisseld met botergele mergelsteen werd ergens tussen 1730 en 1750 gebouwd. Na 275 jaar, geen boerderijfunctie meer voor het Nieuwhuis. Op een unieke locatie, in een keurig gestreept pyjamajasje, worden er nu vakantiegangers verwelkomd.   

Weetje: op de hoogvlakte is een klein vliegveld en clubhuis voor modelbouwvliegtuigjes (adres: Baarsgrubbenweg, Nuth).

 

Terstraten: een beschermd dorpsgezicht

Meteen om de hoek van het Nieuwhuis begint het gehucht Terstraten. We dalen de Hoogvlakte van Spaubeek af langs een geasfalteerde holle weg met dezelfde naam als het gehucht tot we, helemaal beneden, de eerste vakwerkhuizen ontdekken waardoor Terstraten beroemd werd bij schilders, tekenaars en fotografen.

Het is alsof je een Nederlands Bokrijk binnenstapt. Terstraten is zo schilderachtig dat we spontaan onze camera pakken en bij elk huis stilstaan om een foto te nemen. Rust overheerst, de enige drukte komt van een paar pieterpadders  en hun klikkende fototoestellen.

Witte en gele en bakstenen juweeltjes gemaakt van hout, stro, koemest en leem, vuur- en mergelsteen … ze staan met hun sierlijke smeedijzeren hekjes en rode, zwarte en grijze vensterluiken mooi te wezen tussen de groene hagen en de boomgaarden.

Met 10 beschermde rijksmonumenten langsheen één enkele straat is Terstraten terecht een beschermd dorpsgezicht.

Snel binnen gewandeld, snel het gehucht weer buiten gewandeld om dan een grindweg in te slaan naar de volgende bezienswaardigheid op deze etappe.  

 

Hellegats en het puthuisje: een kerkwegel en een waterput

Hellegats klinkt als een plek waar je een spannend avontuur kan beleven maar in feite is het niet meer dan een vriendelijk stukje Limburg. Gewoon een smal onverhard kerkpad langs de Platsbeek, een steile helling met bos aan de ene kant en golvende weilanden aan de ander kant.

Een paar veepoortjes door, een houten bruggetje over, een stukje asfalt (dat hoort er nu eenmaal bij) en op een kruispunt missen we bijna de overdekte waterput. Het puthuisje is authentiek, klein en discreet, compleet met kruisbeeld en bankje, maar overbodig en nutteloos nu er overal een waterleidingnet ligt. Een stukje geschiedenis op een hoekje.  

 

Klein en groot Haasdal: een typisch Limburgs landschap

Uit de heuvels en de bossen lopen we opnieuw door een karakteristiek, plat Limburgs landschap met alweer een paar hoogtepunten. Aan de horizon torent de Reusch van Schimmert boven alles uit. Dit iconische bouwwerk lijkt wel een reus die over het landschap waakt. In werkelijkheid is het een watertoren uit 1927 en met zijn hoogte van 38 m is hij al bijna een eeuw lang hét herkenningspunt van Schimmert en omgeving. Tot 2010 heeft de reus dienst gedaan als watertoren. Vanaf 2021 werd de toren een belevingscentrum met een winkel, een restaurant, een proeflokaal, een brouwerij, een smaaktheater en een uitzichtspunt.

Weetje: aan de watertoren zitten we op het hoogste punt van het Pieterpad, +/- 140 m.

 

Verderop, aan een drukke doorgaande weg, verschijnt Kasteel De Bockhof. In de 12e eeuw een kasteelhoeve, in de 17e eeuw een adellijke herenwoning met kasteeltje en binnenhof en toren, in de 19e eeuw een werkende boerderij en vandaag een keurig gerestaureerde B&B … met eeuwen aan historie achter de rug kan het elegante Bockhof serieus wat verhalen vertellen.

Een metershoge houten sculptuur van een haas laat ons niet vergeten dat we in het Haasdal (klein en groot) zijn!

 

Het Ravensbosch: een mystieke boservaring

Een paadje langs het Bockhof stuurt ons langs velden en akkers het Ravensbosch in, een laatste oase van groen en rust voor we ons eindpunt bereiken. De bomen fluisteren, de paden kronkelen, de Strabeek kabbelt , een veepoortje gaat open en dicht, een waterplas geniet van de late zonnestralen, we gaan trappen af en houten loopplanken over en voelen ons één met de natuur. De sfeer is bijna magisch maar ook aan deze boservaring komt een eind en de zalige Ravensboschvoetweg stopt waar de Beekstraat (asfalt, ja hoor!) begint. We kruisen de A79 en komen op de rotonde met rechts de richtingspijl voor Strabeek (waar etappe 25 officieel eindigt) en links een pijl naar Valkenburg.

 

Valkenburg: een sfeervolle finish

Het wordt linksaf omdat de overnachtingsmogelijkheden in Strabeek voor ons budget onbestaande zijn! Dat betekent nog 2,5 km tot aan ons eigenste eindpunt en die laatste loodjes wegen behoorlijk door.

We doen het op ’t gemakje, langs de groene rand van Broekhem en zijn chique huizen met strak aangelegde tuinen, langs het immense terrein van de vroegere Leeuwbierbrouwerij (nu omgetoverd tot een sport- en ontdekkings- en ontmoetingscentrum), langs het riviertje de Kleine Geul, langs het ‘Openluchttheater Valkenburg’ en zijn eindeloze trappen naar omhoog, langs de eerste hotels en de klassieke villa’s uit de 19e eeuw, langs een schat van een protestants kerkje (de Irenekerk) waar je nu lekker kan eten, de Grendelpoort onder en eindelijk: Valkenburg! Het voelt als een overwinning, met terrasjes die verleidelijk naar ons kijken en de lucht die gevuld is met de allerlekkerste geuren. De bijna 26 vermoeiende kilometers zijn zo vergeten!

Onze gezellige familie-B&B (De Heren van Valkenburg) ligt op loopafstand van het centrum, net voorbij de Grendelpoort, en na de incheck, de douche en de koffie, keren we op onze stappen terug want die terrasjes roepen wel erg luid naar ons. Het aanlokkelijke Italiaanse interieur van Pizzeria ‘La Rossa’ met zijn warme verlichting lokt ons naar binnen en het mag gezegd: de keuze kon niet beter!

Op de terugweg, in de frisse avondlucht met een rozig kleurende hemel, komen we toevallig meneer en mevrouw Pieterpad weer tegen. Zij logeren ook in Valkenburg en het wordt een leuk weerzien met een fijne maar snelle babbel want het bed roept! Morgen de laatste etappe, onwerkelijk maar waar!   

 

Deze Pieterpad-etappe is een vrolijke ontdekkingstocht door het Limburgse landschap. Elke plek heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen charme met wegkapelletjes en glooiende velden, holle wegen en charmante dorpjes om in Valkenburg beloond te worden met een welverdiende rustpauze.

 

Handige tips voor deze etappe

* Neem voldoende water en snacks mee, want onderweg zijn er weinig horecagelegenheden.

* Denk modder-proof, als in stevige, waterdichte wandelschoenen. Het pad loopt langs broeklanden en beken, dus natte voeten zijn geen uitzondering.

* Check vooraf het weerbericht. Een regenjas en eventueel een extra paar sokken zijn geen overbodige luxe.

* Neem een powerbank mee voor je smartphone, zodat je kaart en routebeschrijving altijd bij de hand hebt. Zo kun je zonder stress van de route genieten.

* Plan je pauzes. Vergeet niet om af en toe gewoon te blijven stilstaan, te genieten van het uitzicht en te luisteren naar de stilte!

 

 

Handige info voor deze etappe

💒 Overnachting Valkenburg: Hotel/B&B 'De Heren van Valkenburg' - Neerhem 17, Valkenburg

Voorzieningen: ontbijt, wifi, thee en koffie, linnengoed en handdoeken, eigen badkamer

Boodschappen: Jumbo op 350 m van de B&B

Avondeten: Pizzeria ‘La Rossa’ - Grotestraat 21, centrum Valkenburg (tagliatella burrata met cherry tomaatjes en spinazie)

 

🏁 Startpunt etappe: Markt, Sittard  /  op 750 m van ons logeeradres 

🏁 Eindpunt etappe: Beekstraat 1, Strabeek  /  op 2,5 km van ons logeeradres 

(Pieterpad-gids deel 2 – etappe 25)

 

🥾 Totale wandelafstand 25,83 km (inbegrepen 750 m van logeeradres naar startpunt etappe + 2,5 km m van eindpunt etappe naar logeeradres)

⌚ Totale wandeltijd 6,03 uur (pauzes en lunch niet meegerekend)


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.