De langste etappe van het Pieterpad - deel 2 ligt voor ons: van het kleine molendorp Braamt naar het levendige rivierdorp Millingen aan de Rijn, van het heuvelachtige Montferland door een streepje Duitsland naar de Gelderse Poort en het Dal van de Rijn. Niet zomaar een wandeling maar een pittige, oh zo verrassende route vol uitgestrekte landschappen en authentieke dorpen, gemixt met de rijke natuur en het unieke karakter van deze streek. De lucht is helder, de wind blaast zachtjes over de velden, dit wordt een dag vol hoogtepunten tussen land, water en geschiedenis.
De Hettenheuvel: het eerste hoogtepunt
Het is nog vroeg als we, lekker uitgerust, aan onze 3e dag op het Pieterpad beginnen. In de huiselijke woonkamer van de B&B boerderij staat Yvonne al klaar met koffie en thee en roerei. Nu Willem een fietstocht maakt, zijn de culinaire hoogstandjes in de keuken eerder beperkt. Een paar andere Pieterpad-stappers druppelen binnen en de welbekende vraag ‘waar gaan jullie vandaag naartoe?’ drijft in de babbels naar boven. Toch hoeft het drukke geklets aan de uitgebreide ontbijttafel niet zo nodig voor ons. Socializen staat niet in onze top 10-ochtendrituelen. Wij zijn meer van een kalme start van de dag en van boterhammetjes pindakaas en kommetjes yoghurt overgoten met een bekertje stilte en rust.
Lunchdoosjes gevuld, extra snacks en water mee, een hoop belabberd geklungel met de zware rugzak maar daar staan we, ready to go met veel goesting voor een tocht van om en bij de 27 km. En die tocht begint niet in het centrum van Braamt (zoals de Pieterpad-gids aangeeft) maar met dank aan de tip van Yvonne start ons Pieterpad simpelweg aan de overkant van de boerderij op het Korenveld, een landbouwweg door het Braamtsche Veld.
Onder een stralend blauwe hemel, begroet door vroege hondenuitlaat-mensen, rollen we zo het Bergherbos in, een 1.837 ha groot natuurgebied gelegen op de hellingen van de Montferland stuwwal. Die ontstond in één van de laatste ijstijden door Scandinavische gletsjers die helemaal naar Nederland gleden en door hun enorme gewicht en kracht de bodem voor en naast het ijs weg en omhoog duwden. Die natuurlijke ontwikkeling heeft in de loop van de eeuwen een bijzonder landschap gecreëerd dat zacht rijst en daalt als de golven van de Noordzee.
Berg en bos, de naam laat het al vermoeden, we lopen door een heuvelachtig uitgestrekt bos onder naaldbomen afgewisseld met eiken- en beukenbomen. Geen 10 minuten op de wandel en het pad gaat al steil omhoog, richting de Hettenheuvel die met zijn 91,6 m het hoogste punt is in het Bergherbos .
IJl zonlicht door het groene bladerdak, witte struikheide en groene varens aan de rand van een boomworteltrap, een behoorlijk pittige klim, buiten adem arriveren op de top van de heuvel (ik) en toch diep tevreden met zoveel pure natuur om ons heen.
Op en af, stijgen en dalen, de Hettenheuvel laat zich bewonderen in al zijn glooiende glorie, compleet met een kanjer van een zwerfkei, meegevoerd door die Noord-Europese ijskap. Nog meer bos en helgroen mos, een verdwaalde wegwijzer ‘Pieterpad links’ en Pieterpad rechts’, mysterieuze sparren die oeroude verhalen fluisteren van graven en gravinnen, hertogen en hertoginnen en allang verdwenen buitenplaatsen.
Een verkeersweg kruist ons zandpad en even later lopen we voorbij een van de akkers die Natuurmonumenten bebouwt aan de rand van het Bergherbos. Ook dat bos wordt door Natuurmonumenten beschermd en beheerd zodat de dassen en reeën en vleermuizen en haviken en uilen en kwartels zich weer veilig en gerust voelen. Wij hebben ze niet gezien, al die bosdieren, maar misschien hebben zij ons wel gezien!
Langs de Laakweg en op naar de Hulzenberg
Na de lange strook open veld zijn daar de bomen weer. Een asfaltweg over, een slingerweg, een holle weg, een parcours boordevol afwisseling vergezeld van de meest vreemde paddestoelen. Het Pieterpad volgt hier de Laakweg, een oude grensweg die tot de 17e eeuw het hertogdom Gelre en het hertogdom Kleef van elkaar scheidde. En die 2 lagen nogal eens met elkaar overhoop. Ook de Boterweg die we passeren is zo’n historische route, ooit gebruikt door smokkelaars om boter van het dorpje Beek aan de Nederlandse grens naar Emmerich aan de Duitse kant van de grens te brengen.
Het valt op hoe vredig dit stukje Pieterpad is, geen vechtende hertogen, geen boter smokkelende boeren maar slechts het geluid van vogels en af en toe een tractor in de verte.
We naderen een nieuw hoogtepunt – letterlijk - en staan boven op de 82,4 m hoge Hulzenberg. Een houten uitkijktoren verschijnt op de open plek tussen de bomen. Die stoere toren werd gebouwd in 2016 door Natuurmonumenten met hout uit het Bergherbos. De 104 treden in de toren brengen ons nog eens 21 m hoger en het lijkt of we in een ander land zijn, kijkend naar een on-Nederlands bosachtig landschap en een uitzicht dat je doet dromen van verre reizen.
Een picknicktafel nodigt uit tot een snackpauze en die hebben we dubbel en dik verdiend na al dat geklauter. Tussen 2 happen koek door raken we aan de babbel met meneer en mevrouw ‘Vlaamse Wandelaars’. Leuk om wat landgenoten te ontmoeten.
Uitgerust dalen we via een breed bospad de ‘berg’ af, naar beneden door de Hooge Heide met mooie zacht paarse heideveldjes. Een rustig asfaltbaantje aan de rand van het Bergherbos leidt ons naar een viaduct over de Nederlandse A12 die vanaf Bergh de Duitse A3 wordt.
Hoch Elten: een vleugje Duitsland
Een speciaal moment in deze etappe: we bevinden ons pal op de landsgrens en met één stap staan we plots in Duitsland zonder dat we het echt doorhebben. De natuur doet immers niet aan grenzen, het landschap blijft onveranderd. Dennenbos strekt zich voor ons uit, doorweven met zandpaden en een onverwacht maïsveld. Ook een heuvel ontbreekt niet, de Eltenerberg, familie van dat ‘bergje’ aan de overkant van de grens, met een deftige hoogte van 82,4 m én in het bezit van een heus blotevoetenpad. De houten voetenbordjes merken we wel op aan de rand van de wandelweg maar we hebben geen zin en geen tijd over vandaag om onze bottientjes uit te trekken en wat extra kilometers over keien, kiezels, zand en bladeren te lopen.
En dan opeens verdwijnt het bos achter ons en verschijnt het dorpje Hoch-Elten voor ons, pittoresk gelegen op het hoogste punt van de Eltenerberg. Het is behoorlijk druk in het kleine centrum want Hoch-Elten ligt middenin een groot wandel- en fietsgebied met heel wat knooppuntroutes.
Naast een bron met waterput uit het jaar 980 en een kerk uit de 17e eeuw trakteert Hoch-Elten ons op een ‘Blick ins Rheintal’ met een aantal vergezichten om U tegen te zeggen. We kijken inderdaad uit over het Rijndal en het Nederlandse polderlandschap dat zich door ons laat bewonderen als een schilderij in alle mogelijke tinten groen.
Aan één van de uitkijkpunten loopt meneer ‘Vlaamse Wandelaar’ ons paniekerig voorbij: hij is mevrouw ‘Vlaamse Wandelaar’ kwijt gespeeld. Hopelijk vindt hij ze gauw terug!
Met de zalige geur van vanille en pannenkoeken in onze neus verlaten we dit gezellige plaatsje al kan het ons toch niet verleiden tot een stop.
Over de Rijnstrang richting Lobbith
We lopen het dorp uit en dalen de Eltenerberg af langs een schilderachtig maar oh zo steil bospad. Een muurtje van ruwe natuurstenen moet voorkomen dat je hier de berghelling afrolt. Wat een geruststelling voor iemand met hoogtevrees!
Vanuit het dichte struikgewas belanden we, haast zonder waarschuwing, op een drukke asfaltbaan met een tunneltje onder de spoorlijn. Hier gaan we weer de grens over. Deze keer de andere richting uit, terug naar Nederland. Een stalen Kriegsbrücke uit WO II voert ons over het grensriviertje De Wild, een oude Rijnstrang of Rijnarm, die tussen vlakke weiden en wuivend riet kalmpjes zijn weg zoekt.
Een graspad volgt de slingerende lijn van de Rijnstrang richting Lobbith met zicht op een kerktoren en een ooievaarsnest in de verte. Waar De Wild uitmondt in de Oude Rijn vinden we eindelijk een bankje, perfect geplaatst in de schaduw van overhangende boomtakken. De late lunch smaakt heerlijk in het gezelschap van sierlijke witte zwanen en duikelende zwarte meerkoeten.
Zien we daar meneer en mevrouw ‘Vlaamse Wandelaar’ om de bocht verschijnen? Een hallo, een lachje en een herinnering aan een grappig voorval in Hoch-Elten waar mevrouw blijkbaar toch niet verdwenen was. Een wandelverhaal met een happy end!
Van de Oude Rijn via het asfalt van de Eltenseweg naar de door Natura 2000 beschermde omgeving van de Gelderse Poort, een uniek landschap met in het midden - als kers op de natuurtaart - de waterplas ‘Carvium Novum’. De naam betekent ‘Nieuw Carvium’ en verwijst naar het Romeinse fort Carvium dat op deze locatie stond nl. daar waar de Rijn ooit Nederland instroomde. Het gebied is zo’n 65 ha groot met wandel- en fietspaden, met sublieme doorkijkjes en met rietmoerassen en riviereilandjes, omgeven door het water van de Oude Rijn en de Rijnstrangen. Vanop het ‘Observatiepunt Carvium Novum’, een uitkijkheuvel langs het water, heb je een goed zicht op deze fantastische regio. En het Pieterpad snijdt dwars door al dat moois!
Aan het einde van het wandel-/fietspad wenkt de bewoonde wereld ons opnieuw. We arriveren in Lobbith, een grensdorp dat geschiedenis ademt en vroeger aan de Rijn lag. Die Rijn is in de 18e eeuw van koers veranderd waardoor Lobith vrede moest nemen met een ligging aan een onbeduidende Rijnstrang nl. de Oude Rijn.
Van strategisch centrum waar in de middeleeuwen de Tolhuys burcht stond en waar schepen afmeerden om tol te betalen aan de Schipperspoort, is Lobbith nu een onbeduidend dorpje, gelegen aan het Pieterpad.
Het enige wat overblijft van die glorietijd vinden we in een zijsteegje van de Dorpsdijk: daar staat de wankele ruïne van de fameuze Schipperspoort. Weggestopt, vervallen en zielig in zwarte plastic gewikkeld, zo jammer voor een poort die honderden jaren aan waterverhalen heeft meegemaakt.
Vandaag krijgt ze een momentje lang een nieuwe functie als schuilplaats voor de regenvlaag die ons uit het niets overvalt. De wind steekt op en het gaat harder waaien. In de verte zien we de regenjassen van enkele wandelaars als rode vlaggen boven hun hoofden heen en weer zwaaien. Wij wachten geduldig af en ja hoor, al na een paar minuten stopt de bui en worden we Lobith uit en de Geuzenwaard in gestuurd.
De Geuzenwaard en Tolkamer
Onder de Schipperspoort, een paadje op, een klaphek door en stap na stap worden we meegenomen in de wilde schoonheid van de Geuzenwaard. Gelegen net buiten de bebouwde kom van Lobbith, op de grens van Tolkamer en Spijk, is dit natuurgebied rond 1711 ontstaan nadat de loop van de bochtige Rijn wijzigde door een dijkbreuk. Lobbith kwam daardoor in het binnenland te liggen en in de laaggelegen uiterwaarden tussen de Rijnstrang en de nieuwe Rijn ontwikkelde zich een zeldzame en ruige puzzel van moerassen, graslanden en waterpartijen, beheerd door Staatsbosbeheer. Een uitstapje naar de geschiedenis leert ons dat de naam verwijst naar de opstandige Nederlandse edelen of Geuzen die hier tijdens de 80-jarige oorlog een kamp hadden opgezet. De Geuzenwaard: een levendige ontmoeting tussen natuur, cultuur en ontspanning.
Wandelpaden zijn amper te bespeuren in de Geuzenwaard. Hier grazen immers de Schotse hooglanders die op hun eigenste manier aan natuurbeheer doen. Aan het gesnuif te horen en aan het verontwaardigde gestaar te zien, zijn ze niet erg opgezet met onze doortocht. Dit is hun terrein en die boodschap brengen ze klaar en duidelijk over. We belanden af en toe in de netels en de bramen als er weer eentje zich absoluut niet wil verzetten. En let op waar je je voeten neerzet want hier liggen geen Limburgse vlaaien maar gezonde koeienvlaaien!
Toch is het puur genieten tussen de grillige verspreid liggende waterplassen en de roestbruine langharige runderen met hun massieve horens.
Een dijkje op en … de weg kwijt. Geen pad te zien, geen wit-rode streepjes te zien. Zonder plan toch maar doorlopen en gelukkig zit kleindochters gevoel voor richting goed. We moeten inderdaad het dijkje over en verder langs een waterplas tot we bij een fietspad en een klaphek de Geuzenwaard verlaten.
Daarna volgt asfalt tot aan de Europakade en de échte Rijn in Tolkamer. De monumentale trap aan het begin van het dorp is een prima pauzeplek voor een koek en een banaan met een fruitig drankje. Het weidse zicht op de brede rivier en de vrachtschepen en plezierboten die voorbij varen, is ons dessertje.
Tolkamer was vroeger een welvarend douanedorp; de grens met Duitsland loopt bij Tolkamer namelijk door het midden van de Rijn en die ligging zorgde ervoor dat Tolkamer tot 1993 een drukke grenspost was met als taak het controleren van de schepen die Nederland binnenkwamen en het innen van tol op de vervoerde goederen.
Nu is Tolkamer vooral een toeristisch dorp, met dagjesmensen en pieterpadders die graag gebruik maken van de terrasjes op de vernieuwde wandelkade. Een enkel café, wat ouderwetse handelszaken, het vroegere douanekantoor en de kleine ambtenaarshuizen in de Hoofdstraat herinneren aan betere tijden.
Scheepswerf De Hoop en De Bijland
Na Tolkamer leidt de route ons verder langs scheepswerf De Hoop, waar immense schepen in aanbouw zijn. Heel indrukwekkend om te zien! Dan volgt een saai stuk met veel beton en asfalt. We stappen Tuindorp en een paar havens voorbij en gaan dan door een hek De Bijland in, een groot recreatiegebied met waterplas. Bleke koeien, een windje die van over de Rijn om ons heen waait ... we voelen ons even helemaal weg van de drukke straten in het havengebied.
Een ellenlang geheimzinnig graspad tussen hoge hagen, de dikste wilgen van Nederland, een nog langer fietspad en puffend en blazend arriveren we nog net op tijd voor de veerboot! We hebben het gehaald!
Het Veer Pannerden-Millingen en Millingen aan de Rijn
Nu komt het meest prettige deel van deze etappe: het oversteken van de Rijn met het veer van Pannerden naar Millingen aan de Rijn. Met zicht op het water dobberen we de rivier over en het voelt als het slotakkoord van een dag vol variatie en verrassingen.
Aan de overkant stappen we van de boot en slenteren op ’t gemakje naar het centrum van Millingen aan de Rijn en ons logeeradres.
Na de kennismaking met de lieve familie De Wolf, een deugddoende douche en de boodschappen voor het avondeten, laten we ons moeë voeten rusten en sluiten de dag af met kijken naar de ondergaande zon en luisteren naar de stromende regen.
Afsluiting: een etappe om te koesteren
Deze 16e etappe van het Pieterpad is een prachtige mix van natuur, cultuur en historie. Van de Hettenheuvel tot Hoch Elten en van de Geuzenwaard tot het veer naar Millingen aan de Rijn; elke stap is een nieuw verhaal. Wie van wandelen houdt, moet deze etappe absoluut eens ervaren. Je komt moe maar voldaan aan in Millingen aan de Rijn – en dat is precies zoals het hoort!
Tips voor deze etappe
- Goede schoenen zijn een must – bij regen zijn modder en natte stukken geen uitzondering.
- Neem voldoende eten en drinken mee – onderweg zijn weinig voorzieningen.
- Geniet van het landschap – zelfs als de lucht bewolkt is.
- Neem de tijd, een babbel onderweg met andere Pieterpad-wandelaars hoort erbij.
-
Er is geen reservatie nodig voor het veer Pannerden – Millingen aan de Rijn. Locatie: aan fietsknooppunt 94. De overzeturen lopen van 8.00 tot 18.00 uur. De prijs per persoon is € 2,50.
Info voor deze etappe
💒 Overnachting Millingen aan de Rijn: Familie De Wolf - Nielingen 3, Millingen ad Rijn
Voorzieningen: koffie, thee, uitgebreid ontbijt en extra voor de lunch, waterkoker, gratis wifi. Er is geen mogelijkheid om te koken in deze B&B.
🏁 Startpunt etappe: Graaf Hendrikstraat 2, Braamt / op 300 m van ons logeeradres
🏁 Eindpunt etappe: Heerbaan 115, Millingen ad Rijn (gemeentehuis) / op 750 m van ons logeeradres
(Pieterpad-gids deel 2 – etappe 16)
🥾 Totale wandelafstand 27,59 km (inbegrepen 300 m van logeeradres naar startpunt etappe + 750 m van einde etappe naar logeeradres)
⌚ Totale wandeltijd 6,05 uur (pauzes en lunch niet meegerekend)
Reactie plaatsen
Reacties