De 20e etappe van het Pieterpad is zo'n wandeling waar we stiekem naar uitkijken. Niet omdat het per se de langste of de zwaarste is, maar omdat het echt alles heeft: bossen, historie, dorpsgezelligheid, kapelletjes, klaterende beekjes, een watermolen, een kasteelboerderij, een binnenhaven én enkele verborgen groene verrassingen. De verwachtingen zijn hoog want deze route staat synoniem voor afwisseling en ontdekking.
Zin om mee op pad te gaan van Vierlingsbeek naar Swolgen en samen met ons het Pieterpad-gevoel te pakken en te ervaren? Haal dan snel je rugzak vanonder het stof, doe je stevige stapschoenen aan en let's go!
Een onrustige nacht met een pijnstiller en een zalfje, een drukkende en stekende rode zwelling op mijn been … de prik van een of ander venijnig insect klasseerden we gisteren als een te vergeten voorvalletje maar dat is het allesbehalve. Hopelijk brengt de Nieuw-Zeelandse 'manukazalf tegen insectenbeten' wat verlichting. Anders wordt deze etappe er eentje in een sloom tempo met veel pauzes. Ach, denkt de eeuwige optimist in mij, het zal heus wel goed komen!
Na een uitgebreid ontbijt en voorzien van een flink gevuld lunchpakket - met dank aan de lieve mevrouw van B&B 't Békse Bakhuus – vertrekken we onder een baldakijn van blauwe luchten met een sporadisch witte wolkensliert.
Vierlingsbeek: het startpunt tussen Maas en bossen
Officieel begint deze etappe in de Spoorstraat, in het centrum van Vierlingsbeek, een klein maar gezellig dorpje aan de Maas in Noord-Limburg met een groen pleintje in het midden en kleine traditionele huisjes in de zijstraten. Het is een fijne plaats om te starten en de grappige houten Pieterpad-wegwijzer stuurt ons meteen in de goeie richting, naar Swolgen waar we op zoek gaan naar iemand die zijn wandelschoen verloor.
Langs de rooms-katholieke Sint-Laurentiuskerk (in gebruik als dorpshuis), het kleine protestantse Koningskerkje en een paar lage boerenhuisjes wandelen we Vierlingsbeek uit. Het asfaltstraatje gaat al snel over in een onverharde veldweg met de chique naam ‘Willem I straat’. Zou die eerste koning der Nederlanden hier ook ooit het Pieterpad gevolgd hebben?
Tussen de maïsvelden en de bietenakkers worden we getrakteerd op de rust en de stilte die over deze landelijke omgeving hangt. We lopen door de vallei van de Molenbeek op het Makkenpad dat ons via een ingewikkelde constructie van houten bruggetjes, simpelweg het ‘Ezelsbruggetje’ genoemd, naar de overkant van de beek leidt. Het levert een idyllisch plaatje op van een ochtendzon weerspiegeld in het water en de Molenbeek die ongehaast door de groene natuur stroomt.
Het water aan de ene kant, een bosgebiedje aan de andere kant, een asfaltweg op en na een korte wandeling bereiken we Holthees, het laatste dorpje in Noord-Brabant voor we straks terug in Limburg belanden.
Holthees en Smakt: kleine dorpjes met kleine kapelletjes
Net voor de dorpskern van Holthees worden we begroet door een Pieterpad-pauzepunt. Iemand maakte er een artistiekerig kunstwerk van dat een fotomomentje verdient. We worden ook – op een ludieke manier in de vorm van een tropische palmboom – herinnert aan de realiteit van vandaag: nog 142 km tot de Sint-Pietersberg!
Op onze tocht zien we niet alleen prachtige natuur maar ook charmante kapelletjes die de wandeling net dat beetje extra geven. Het witte Mariakapelletje is zo’n mooi voorbeeld. In de 15e eeuw werd het eenvoudige gebouwtje opgericht ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de 7 Smarten. De kapel kende een woelige geschiedenis: tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) werd ze gebruikt als belastingkantoor en bij een bombardement in WO II werd ze zwaar beschadigd. In de jaren nadien werd de Mariakapel heropgebouwd, gerestaureerd en op de rijksmonumentenlijst gezet om uiteindelijk vanaf 2000 dienst te doen als cultuurcentrum voor concerten en tentoonstellingen en als trouwlocatie. Maar tot 1995 klonken hier wekelijks kerkelijke gezangen.
Het is een vredig beeld, de witte kapelmuren op het groene grasplein, omringd door stevige boomwachters die met hun takken voor de nodige schaduw zorgen.
Het landelijke Holthees en daarmee ook de provincie Noord-Brabant laten we achter ons. Langs het oorlogsmonument voor de slachtoffers van WO II - tussen het Afleidingskanaal en de spoorlijn - lopen we het dorp uit. Die spoorlijn blijven we nog een heel eind volgen tot we in Smakt kapelletje nummer 2 vinden. De Sint-Jozefkapel uit 1699 behoort tot het historisch erfgoed en is het enige kapelletje in Nederland gewijd aan Sint-Jozef, de beschermheilige van het gezin. Rondom deze plek is een heel bedevaartsoord ontstaan met een modern kerkgebouw, een pelgrimshuis, een klooster en een processiepark. Op het jaarlijkse Sint-Jozeffeest in maart komen hier duizenden bedevaarders en nieuwsgierigen samen. Zo stappen we op het Pieterpad letterlijk dwars door een bladzijde religieuze geschiedenis!
Wij horen tot de groep ‘nieuwsgierigen’ en kunnen de open deur niet weerstaan. Binnen hangt er een bijna hemelse stilte. Een monumentaal altaarstuk, dansende kaarsenvlammetjes en zeer welkome bankjes om de rugzak efkes af te laten en de benen wat rust te gunnen … met dank aan Sint-Jozef. Zou een kaarsje aansteken helpen om die pijnlijke insectensteek miraculeus te laten verdwijnen? Ik bedenk: baat het niet, het schaadt ook niet!
We verlaten Smakt via de ellenlange Sint-Jozefstraat, buigen af naar een graspaadje langs de spoorlijn en belanden midden in de magnifieke Boschhuizer Bergen.
De Boschhuizer Bergen: Natura-2000 op z’n best
Natuurreservaat de Boschhuizer Bergen zijn geen bergen en zijn geen bos. Het is een stuifzandgebied met een mix van jeneverbesstruiken (de grootste verzameling van Nederland met meer dan 4.000 exemplaren!), dennen- en berkenbomen, heide en drassige weilanden en, heel bijzonder, een verzameling hoge stuifduinen. Officieel zijn de Boschhuizer Bergen Natura 2000-gebied wat betekent dat de natuur hier extra wordt beschermd.
Een bankje aan het begin van het natuurgebied staat er precies op het goeie moment voor een korte pauze. Een snack, een fruitje en een frisse slok water, energiepeil opgekrikt, zalfje op de schrijnende rode insectenprik net boven mijn rechtersok, klaar om een onwaarschijnlijke zandbak in te duiken.
Een gravelweg wordt een bosweg met klaphekje. Een bosweg verandert in een zandweg die zich opent naar breed uitgesmeerde zandheuvels! Best pittig dit traject en we puffen ons een eind door het zachte zand over weggetjes omhoog en omlaag, langs oude dennen en jonge loofbomen, langs eindeloos veel jeneverbesstruiken met donkerblauwe bessen, langs net-nog-paarse heidebosjes en open stukken dor weiland.
De stilte wordt soms alleen doorbroken door het ruisen van de wind die donkere regenwolken achterna zit. Dit is 100 % genieten en we voelen het tot in onze kleine teen hoe fantastisch de natuur kan zijn.
In sneltreinvaart passeert ons een eenzame wandelmeneer met groot-formaat rugzak. Hij loopt in z’n eentje het hele Pieterpad van noord naar zuid en na 3 weken op de wandel begint het zwaar door te wegen. Een typische Pieterpad-ontmoeting, een typische Pieterpad-babbel.
Een klaphek, een slagboom, een brede akkerweg, zicht op weidse velden, het natuurgebied verleden tijd, opnieuw het bos in waar een withouten slagboom het Landgoed Geysteren aankondigt.
De Rosmolen: waar historie en water samenkomen
Halfweg de etappe en op het grondgebied van Landgoed Geysteren ontdekken we het meest pittoreske plekje van deze dag, de Rosmolen, een historische waterradmolen die verscholen ligt in het groen en dateert uit de 17de eeuw. Het boerenhuis dat ernaast staat heeft wortels die teruggaan tot de Frankische tijd. Vandaag is het vooral een toeristische trekpleister en het is nog net geen file op het kleine bruggetje over de Oostrumse Beek.
Het indrukwekkende molenrad, het schattige Hans en Grietje-huisje, de houten schaapskooi, de rieten dakjes, het lijkt of we het verleden bijna kunnen aanraken.
Middag en tijd voor de lunchpauze. Dat kan nergens beter dan in deze fotogenieke omgeving, op een bankje onder de enorme takken van een tamme kastanjeboom met als achtergrondmuziek, een kabbelend beekje achter ons en het zacht ritselen van het bladerdek boven ons. De hoeveelheid vrolijk tetterende wandelaars moeten we er jammer genoeg bijnemen en daar is ook de eenzame wandelmeneer. Die neemt het andere bankje in beslag voor zijn lunchpauze.
Interessant weetje: de Rosmolen is geen echte rosmolen want de molen aan de Oostrumse Beek werd nooit aangedreven door een ros of paard maar wel door een waterrad. De naam is ontleend aan een echte ‘rosmolen’ die in de 19e eeuw door een felle brand werd verwoest. De naam werd behouden en gegeven aan de waterradmolen. Die ‘Rosmolen’ staat op de lijst van historische rijksmonumenten en is, na een grondige restauratie in 2000, weer een werkende waterradmolen waar gemiddeld een keer per week graan wordt gemalen.
Landgoed Geysteren: bossen en lanen
Een houten bruggetje over de slingerende Oostrumse Beek leidt ons dieper het Landgoed Geysteren in. Dit uitgestrekte landgoed van 700 hectare bestaat uit dichte groene bossen met loof- en naaldbomen en lange deftige lanen omzoomd met eiken- en beukenbomen. Ooit was het de thuisbasis van de heren van Geysteren en nog steeds is het landgoed particulier bezit, eigendom van een familie die tot de Nederlandse adel behoort. Maar ook simpele Pieterpadders en gewoon wandelende dagjesmensen mogen proeven van het natuurschoon in dit Limburgse landschap met een edel kroontje.
Landgoed Geysteren is een afwisselend en heerlijk wandelgebiedje met boomstambruggetjes en waterplasjes, herfstige paddenstoelen en insectenhotels. Wij willen meer van dat! Maar de route dwingt ons een stukje het asfalt op van de Oostrumseweg om dan rechtsaf aan de rand van de Geysterenderheide en de Nieuwlandsche Bossen terecht te komen.
We stappen verder in de richting van Wanssum en worden onderweg verrast door een kabouterfamilie en een welkombordje aan de voet van een dikke boom. Geen Pieterpad maar een kabouterpad met magische kabouterpaaltjes die ons – plopperdeplop – naar kabouterland lokken. Hoe leuk is dit en zelfs voor grote ‘kids’ compleet kidsproof!
Buiten het bos kan het contrast met de vorige kilometers niet groter zijn. Geen skyline van bomen en groen maar havenkranen en silo’s en hoge appartementsblokken.
Wanssum: een heerlijkheid met een binnenhaven
Welkom in Wanssum, geen dorp maar een heerlijkheid, een titel waar het dorp al eeuwen over opschept. Het meest opvallende is echter de immense binnenhaven – de grootste van heel Limburg! Hier zoeven vrachtschepen voorbij, stapelen kleurrijke containers zich op als bouwblokken en bruist de bedrijvigheid. Tussen al die industriële drukte zitten de locals gewoon een potje te kletsen op het plein, alsof de tijd er wat trager gaat. Zo krijgt Wanssum, ondanks de groeiende havenactiviteiten, toch iets unieks.
Een koffietje zit er niet in vandaag, het havencafé is enkel tijdens de weekends open maar het zicht op de jachthaven krijgen we wel mee. Trappen op, kade op, voorbij de dobberende bootjes en boten – van klein naar groot en groter – grindweg op en natuurgebied Het Broek in langs de kronkels van de Groote Molenbeek die in de haven van Wassum uitmondt in de Maas.
Een klaphekje door en over het begrazingsgebied van de Groote Molenbeek. Geen runderen gezien wel een boeketje kleurige wilde bloemen en planten: rozerode wilde kardinaalsmuts en karmozijnbes, zonnig gele keizerskaars en korenbloemblauw loodkruid. Alweer een schone natuurervaring!
Op de grens van Wanssum met Meerlo, verstopt op een heuvel in een bomenrijk perceeltje, staat het bekende Sint-Goarkapelletje uit 1662. Nu een rijksmonument, eeuwen geleden een bedevaartsoord tegen koude koortsen of bibberkoortsen. De waterput die vroeger bij de kapel stond, bevatte volgens de legende immers geneeskrachtig water. Na vernieling, restauratie en sloop werd de waterput van Sint-Goar in 2022 terug heropgebouwd. Of er nog steeds heilzaam water in de put zit, blijft voorlopig een mysterie. Gelukkig worden we niet geplaagd door bibberkoortsen! Een onfortuinlijke wandelaar verloor hier wel zijn stapschoen!
Eendjes dobberen op de Groote Molenbeek, bij een stroomversnelling tracht een jonge reiger een hapje op te vissen en een houten bruggetje helpt de pieterpadders over de Boddebroeker Loop die ter hoogte van het Sint-Goarkapelletje in de Groote Molenbeek stroomt. Het neigt naar een klein geluksgevoel!
We houden het water aan onze rechterkant, zoeken een bankje op voor een korte pauze, openen en sluiten een paar klaphekjes en via een akkerpad arriveren we in Meerlo.
Kasteelboerderij Meerlo: historische charme van weleer
Schitterend gelegen in het groen aan de oever van de Groote Molenbeek valt ’t Kasteelke direct op. Deze kasteelboerderij is gebouwd op de ruïnes van het 15e-eeuwse Kasteel van Meerlo en is terecht een rijksmonument. Het is een prachtig voorbeeld van hoe geschiedenis en landbouw hand in hand gaan in deze streek. De boerderij is niet te bezoeken want privébezit en delen ervan worden als vakantiewoning verhuurd maar een fotomomentje kan wel.
Het imposante geheel straalt 4 eeuwen historie uit door de dikke muren van poortgebouw, bakhuis, schuur en woonstalhuis.
We vervolgen onze route door de hoofdstraat van Meerlo en verlaten het dorp langs heel veel asfalt. Bizar, zo lopen we Meerlo uit, zo lopen we Meerlo weer in. ’t Zal wel kloppen zeker?
Met tevreden voetjes stappen we even later terug op een grasweggetje langs de Groote Molenbeek, passeren een paar bruggetjes en zien, na een fikse tocht, de kerktoren van Tienray in de verte verschijnen.
Klein Lourdes: een Mariagrot met een bijzonder verhaal
In Tienray treffen we nog een opmerkelijke plek aan: Klein Lourdes, een grot die gebouwd is als replica van de beroemde Mariagrot in het Franse Lourdes. Sinds 1877 heeft Tienray een pauselijke erkenning en mag zich officieel ‘Klein Lourdes’ noemen. Het bedevaartsoord zelf is een pak ouder en wordt in documenten van 1459 voor het eerst genoemd. Pelgrims komen hier samen om te bidden of gewoon om tot rust te komen. De sfeer is stil en respectvol, en zelfs als je niet gelovig bent, voel je de bijzondere energie die deze plaats uitstraalt. Een mooi rustpunt op de Pieterpad-route!
Aan het eerste kruiswegkapelletje kruisen we een laatste keer de Groote Molenbeek. Er volgen nog meer kruiswegkapelletjes en voorbij de statige kerk met de lange naam Onze-Lieve-Vrouwe Troosteres der Bedevaart is het een lang eind rechtdoor over asfaltbanen. We zeggen Tienray vaarwel voor het laatste deel van deze etappe.
Swolgen: het eindpunt met een dorpsgevoel
We nemen een laatste keer een bosbadje vandaag in het natuurgebied van de Tienrayse en Swolgendersche Heide. Een Pieterpad-gedicht en vreemdsoortige paddenstoelen sieren een boomstam, een zwarte rups kruipt over dennennaalden en een raar gebogen boomstam hangt als een geknakte paraplu over het wandelpad.
De eerste huizen van Swolgen wachten al op ons en na een extra 600 m door het buitengebied van het dorp bereiken we trekkershut 'De Okkernoot' op camping Forest Camp.
De wandelbotjes gaan uit, de slippers gaan aan, de douche is een hemels kadoo en in ‘cafetaria Wilhelmina’ in het dorpscentrum is het prettig relaxen en smullen we van een schotel nasi goreng met spiegelei, mini loempia’s, kroepoek en een salade. Een prima afsluiting van een dag vol historie, kapelletjes, klaterende beekjes en heel veel natuurschoon. En ook onze eenzame wandelmeneer heeft besloten zijn dag bij Wilhelmina te eindigen.
Terugkijkend op een meer dan geslaagde 20e etappe kruipen we ’s avonds in onze blauwe trekkershut met zicht op een vredig kampeerveldje onder een bontgekleurde lucht.
Handige tips voor deze etappe
* Horeca: beperkte horeca onderweg. Neem dus voldoende water en een lunchpakket mee.
* Markering: het Pieterpad is goed gemarkeerd met wit-rode tekens, maar het routeboekje, een kaart of app meenemen kan nooit kwaad.
Handige info voor deze etappe
💒 Overnachting Swolgen: Trekkershut De Okkernoot (Forest Camp) – Vlasweg 3, Swolgen
Voorzieningen: wifi, waterkoker
Boodschappen: ontbijt en lunch kopen in Tienray (Albert Heijn, Boerenovenweg 3) en avondeten in snackbar Wilhelmina, Mgr. Aertsstraat 16, Swolgen op 600 m van de camping
🏁 Startpunt etappe: Spoorstraat 3, Vierlingsbeek 20 / op 350 m van ons logeeradres
🏁 Eindpunt etappe: Monseigneur Aertsstraat 6, Swolgen / op 600 m van ons logeeradres
(Pieterpad-gids deel 2 – etappe 20)
🥾 Totale wandelafstand 27,14 km (inbegrepen 350 m van logeeradres naar startpunt etappe + 600 m van eindpunt etappe naar logeeradres)
⌚ Totale wandeltijd 6,28 uur (pauzes en lunch niet meegerekend)
Reactie plaatsen
Reacties